ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ9195
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling fictief loon en winstuitdeling bij complexe vennootschapsstructuur
Belanghebbende, directeur-grootaandeelhouder van een B.V. met een omzet van ruim ƒ10 miljoen, werd geconfronteerd met aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2001, waarbij de inspecteur een fictief loon en winstuitdelingen via Gibraltar-vennootschappen aan hem toerekende. De rechtbank stelde vast dat belanghebbende circa 293 dagen in Nederland verbleef, wat een begin van bewijs vormt voor Nederlandse belastingplicht.
De rechtbank oordeelde dat een fictief loon van ƒ176.297 passend is gezien de omvang van de werkzaamheden van belanghebbende, ondanks het ontbreken van bewijs voor een hoger loon. Betalingen door de B.V. aan Gibraltar-vennootschappen werden als winstontwijking aangemerkt, maar omdat niet aannemelijk was dat belanghebbende eigenaar was van die vennootschappen, werd de dividenduitkering beperkt tot daadwerkelijk aan hem betaalde bedragen.
De vergrijpboete van 50% werd passend geacht wegens (voorwaardelijke) opzet, maar gematigd tot 20% vanwege een langdurige procedure zonder verwijt aan belanghebbende. De aanslagen premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen werden bevestigd, terwijl de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen werden verminderd. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Belanghebbende wordt een fictief loon van ƒ176.297 toegerekend, dividenduitkering beperkt tot daadwerkelijk ontvangen bedragen, en de vergrijpboete gematigd tot 20%.