ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5762
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding op grond van artikel 8:29 Awb in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden, die hiertegen beroep instelden. De rechtbank beoordeelde een verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van bepaalde stukken toe te staan, waarbij ongeschoonde gegevens deels geheim werden gehouden.
De rechtbank weegt het belang van belanghebbenden bij volledige openbaring af tegen het belang van de inspecteur bij geheimhouding, zoals bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en internationale betrekkingen. De stukken betroffen onder meer Belgische aanbiedingsbrieven, nota's, bijlagen, proces-verbalen van toetsen, memo's en correspondentie met buitenlandse autoriteiten.
De rechtbank concludeert dat de inspecteur op grond van artikel 8:29 Awb Pro terecht de namen, contactgegevens en andere persoonsgegevens heeft geanonimiseerd of geheim heeft gehouden. Ook controlestrategische documenten mogen geheim blijven vanwege het belang van een effectieve belastingcontrole. Belanghebbenden verzetten zich niet tegen de anonimisering van bepaalde gegevens, waardoor de rechtbank het beroep van de inspecteur op geheimhouding honoreert.
De rechtbank verklaart dat het recht op kennisneming geen absoluut recht is en dat de belangen van de inspecteur zwaarder wegen in deze context. De beslissing is genomen na een zitting en behandeling in de geheimhoudingskamer, waarbij partijen gehoord zijn. Tegen deze tussenuitspraak kan geen afzonderlijk beroep worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is en het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb slaagt.