ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ0235
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding stalling auto werknemer belast als loon
De werkgever stelde een personenauto ter beschikking aan een werknemer en vergoedde daarnaast een bedrag van € 100 per maand voor de stalling van de auto in de garage bij de woning van de werknemer. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op over deze vergoeding.
Belanghebbende voerde aan dat de vergoeding voor stalling reeds was verdisconteerd in de bijtelling privégebruik auto en dat artikel 13bis van de Wet voorrang zou hebben boven artikel 15b, eerste lid, onderdeel r, van de Wet op de loonbelasting 1964. De rechtbank oordeelde dat de kosten van stalling inderdaad zijn verwerkt in het bijtellingspercentage, maar dat de vergoeding niet meer kan dienen ter vergoeding van deze kosten, omdat deze al zijn verdisconteerd in het forfait.
De rechtbank verwierp ook het subsidiaire verweer dat de wetgever zijn beoordelingsvrijheid had overschreden met de invoering van artikel 15b, eerste lid, onderdeel r. Tevens werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de vergoeding voor stalling belast loon is.