ECLI:NL:RBBRE:2011:BP9095
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag loonheffingen en vergrijpboete restaurant wegens ontbreken schriftelijke arbeidsovereenkomsten
Belanghebbende, een besloten vennootschap die een restaurant exploiteert, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd over 2008, inclusief een vergrijpboete van €835. De inspecteur paste het hoge premiepercentage voor de sectorpremie toe omdat geen schriftelijke arbeidsovereenkomsten waren gesloten, en corrigeerde het gebruikelijk loon van de aanmerkelijkbelanghouder.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van schriftelijke arbeidsovereenkomsten terecht leidde tot toepassing van het hoge premiepercentage, conform artikel 28 Wfsv Pro en artikel 2.3 Besluit Wfsv. De stelling van belanghebbende dat dit schriftelijkheidsvereiste onredelijk is, werd verworpen omdat de rechter formele wetgeving niet toetst op billijkheid.
Ten aanzien van de vergrijpboete stelde de rechtbank vast dat de inspecteur niet had bewezen dat het hoge premiepercentage aan grove schuld van belanghebbende te wijten was, mede omdat de gemachtigde onwetend was over het schriftelijkheidsvereiste. Daarom werd de boete hiervoor vernietigd. Wel werd een boete van 25% gehandhaafd voor het toepassen van een lager gebruikelijk loon zonder deugdelijke onderbouwing, omdat belanghebbende lichtvaardig had gehandeld.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten van €365 en griffierecht van €298 aan belanghebbende. De uitspraak is op 4 maart 2011 gewezen en niet onherroepelijk zolang geen hoger beroep is ingesteld.
Uitkomst: De boete voor het hoge premiepercentage wordt vernietigd, maar een boete van 25% voor onvoldoende onderbouwing van het gebruikelijk loon blijft in stand.