ECLI:NL:RBBRE:2011:BP4443
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen WOZ-waarde niet-ontvankelijk verklaard onterecht
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die door verweerder was vastgesteld op €234.000 voor het belastingjaar 2010. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens onvoldoende motivering. Belanghebbende had echter in het bezwaarschrift duidelijk aangegeven waarom zij het niet eens was met de waarde, en een lagere waarde van €160.000 opgegeven op basis van administratieve gegevens.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift voldoende gemotiveerd was en dat de aankondiging van een nadere motivering niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden, ook niet als deze niet binnen de gestelde termijn werd ingediend. De rechtbank wees erop dat de motivering van verweerder zelf ook summier was en dat de motiveringsplicht van belanghebbende hiermee in verhouding stond.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar ontvankelijk, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verwees de zaak terug naar verweerder voor een inhoudelijke beoordeling. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Partijen konden binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Bezwaar tegen WOZ-waarde is ontvankelijk verklaard en de zaak is terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.