ECLI:NL:RBBRE:2009:BH1344
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- N. van Duijn
- M.L. Weerkamp
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Kloosterverzorgingshuis niet in hoofdzaak woning voor OZB-tarief
Belanghebbende, eigenaar van een kloosterverzorgingshuis, betwistte de WOZ-waarde en de toepassing van het hoge onroerendezaakbelasting (OZB)-tarief voor niet-wonen. De kern van het geschil was of het klooster in hoofdzaak tot woning dient, waarbij de wettelijke norm is dat minstens 70% van de waarde moet worden toegerekend aan woondoeleinden.
De rechtbank analyseerde de bouwdelen van het klooster, waaronder appartementen, algemene ruimten zoals refters, huiskamers, gangen, en functionele ruimtes zoals een drukkerij en ketelhuis. Uit het deskundigenrapport en de waardeberekeningen bleek dat slechts 68,31% van de totale waarde van het klooster en de grond kan worden toegerekend aan woningdelen en volledig dienstbare woondoeleinden.
De rechtbank verwierp de stelling van belanghebbende dat de gangen en niet-woondelen volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. De drukkerij en enkele gangen werden niet als dienstbaar erkend. Ook werd de waarde van de grond evenredig toegerekend. Hierdoor werd niet voldaan aan het wettelijke criterium van 70% voor hoofdzaak woninggebruik.
Daarom werd geoordeeld dat het klooster niet in hoofdzaak tot woning dient en dat het tarief voor niet-wonen terecht is toegepast. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde verweerder niet tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het kloosterverzorgingshuis dient niet in hoofdzaak tot woning, waardoor het hogere OZB-tarief voor niet-wonen terecht is toegepast.