ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0446
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag omzetbelasting relaxclub bevestigd ondanks gewijzigde bedrijfsvoering
Belanghebbende exploiteert een relaxclub en heeft vanaf juni 2004 haar bedrijfsvoering aangepast door prostituees dagelijks een vergoeding te laten betalen voor faciliteiten en klanten te laten betalen voor kamerhuur en seksuele diensten gesplitst. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd omdat hij meent dat de omzet van de prostituees aan belanghebbende moet worden toegerekend.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende het kader schept waarbinnen prostituees hun werk kunnen doen en klanten de seksuele diensten krijgen waarvoor zij komen. Ondanks de gesplitste betaling ervaren klanten dit als één dienst van belanghebbende. Daarom is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Belanghebbende voerde aan dat er drie afzonderlijke diensten zijn en dat zij geen omzetbelasting verschuldigd is over de diensten van de prostituees. De rechtbank wijst dit af en oordeelt dat de omzet van de prostituees aan belanghebbende moet worden toegerekend en het algemene tarief van omzetbelasting van toepassing is.
Verder oordeelt de rechtbank dat de inspecteur niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld bij het opzeggen van de vaststellingsovereenkomst en het boekenonderzoek. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting omdat de exploitant één dienst aan klanten verleent ondanks gesplitste betalingen.