ECLI:NL:RBBRE:2008:BC4474
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing kortingsregeling 30%-bewijsregel bij eerdere NAVO-dienstbetrekking
Belanghebbende is werkgever van een werknemer met Duitse nationaliteit die eerder vier jaar bij een NAVO-instantie in Nederland werkte zonder belastingheffing over dat inkomen. De werknemer viel vanaf 1995 onder de 35%-vergoedingsregeling, later de 30%-bewijsregel genoemd. De inspecteur weigerde toepassing van de 30%-bewijsregel voor de periode 2001-2004 op grond van de kortingsregeling, waardoor naheffingsaanslagen werden opgelegd.
De rechtbank beoordeelde of het Verdrag betreffende de rechtspositie van NAVO-krijgsmachten en het bijbehorende Protocol de toepassing van de kortingsregeling in de weg stond. De rechtbank oordeelde dat deze verdragsbepalingen alleen zien op het inkomen uit de eerdere NAVO-dienstbetrekking en niet op latere inkomsten, zodat de kortingsregeling terecht werd toegepast.
Daarnaast werd overwogen dat indien de werknemer geen vrijstelling had genoten, hij alsnog in aanmerking zou zijn gekomen voor de regeling, die dan ook per 1 november 2001 zou zijn geëindigd. De overgangsregeling in het Uitvoeringsbesluit leidt niet tot verlenging van de toekenningsperiode. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag is ongegrond verklaard en de kortingsregeling is terecht toegepast.