ECLI:NL:RBBRE:2007:BB4530
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over loon van Amerikaanse werknemer met tax equalization in Nederland
Belanghebbende, een Amerikaanse werknemer uitgezonden naar Nederland met een tax equalization-afspraak, kreeg een aanslag inkomstenbelasting opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de wijze van berekening van het belastbaar inkomen: de inspecteur berekende eerst het brutoloon over het volledige netto inkomen en verdeelde dit daarna over de gewerkte dagen, terwijl belanghebbende vond dat eerst het netto loon aan de in Nederland gewerkte dagen moest worden toegerekend en daarna gebruteerd.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten als inwoner van de VS moet worden aangemerkt en dat het progressievoorbehoud uit het verdrag niet van toepassing is op Nederland als heffingsstaat in deze situatie. Hierdoor is de methode van de inspecteur, die een progressievoorbehoud impliceert, in strijd met het verdrag en de staatssecretaris.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde het belastbaar inkomen vast op een lager bedrag dan door de inspecteur berekend, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter Beukers-van Dooren op 13 september 2007.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aanslag en stelt het belastbaar inkomen vast op € 41.503, oordelend dat de methode van de inspecteur in strijd is met het belastingverdrag.