ECLI:NL:PHR:2009:BI7301
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Berekening loon Nederlandse belastingheffing bij Amerikaanse werknemer met nettoloonafspraak en partiële buitenlandse belastingplicht
Belanghebbende, een Amerikaanse werknemer uitgezonden naar Nederland met een tax equalization afspraak, betwistte de wijze waarop de Inspecteur het belastbare loon voor Nederlandse belastingheffing berekende. De Inspecteur berekende eerst het brutoloon over het totale nettoloon en paste daarna de dagenbreuk toe, terwijl belanghebbende en het Hof stelden dat eerst de dagenbreuk op het nettoloon moet worden toegepast en daarna het brutoloon moet worden berekend.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat het Nederlandse belastbare loon moet worden vastgesteld door het nettoloon eerst toe te rekenen aan de in Nederland gewerkte dagen en daarna te bruteren met toepassing van de 30%-bewijsregel. Dit is in overeenstemming met het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten, dat bepaalt dat Nederland slechts belasting mag heffen over het loon dat toerekenbaar is aan de in Nederland verrichte arbeid.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel, maar de Procureur-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. Hij benadrukte dat de berekeningswijze van het Hof recht doet aan de beperkte binnenlandse belastingplicht van belanghebbende en voorkomt dat de 30%-bewijsregel onterecht wordt toegepast op het buitenlandse loondeel. De toewijzingsregels van het verdrag beïnvloeden derhalve de loonberekening bij tax equalization afspraken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard; de loonberekening moet eerst de dagenbreuk toepassen op het nettoloon en daarna bruteren.