ECLI:NL:RBBRE:2007:BB4511
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlies van vervallen optierechten kan niet als negatief loon worden aangemerkt
Belanghebbende was tot 30 september 2003 in dienst bij een Britse werkgever en kreeg daar voorwaardelijke optierechten toegekend die niet binnen drie jaar konden worden uitgeoefend en waarvan de uitoefening afhankelijk was van het in dienst zijn bij die werkgever. Bij beëindiging van het dienstverband vervielen deze optierechten, met een waarde van €57.442 per 30 september 2003.
Belanghebbende stelde dat het verlies van deze optierechten als negatief loon in Nederland moest worden aangemerkt, zodat dit verlies in mindering kon worden gebracht op zijn belastbaar inkomen. De inspecteur wees dit af en legde aanslag op basis van een belastbaar inkomen uit werk en woning van €271.134.
De rechtbank oordeelde dat negatief loon alleen kan bestaan indien de waarde van de optierechten eerder als loon is belast. Omdat belanghebbende nooit loonheffing heeft betaald over de optierechten, noch in het Verenigd Koninkrijk noch in Nederland, kan het vervallen van de optierechten niet als negatief loon worden aangemerkt. De rechtbank verwees onder meer naar arresten van de Hoge Raad die dit standpunt ondersteunen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting is ongegrond verklaard.