ECLI:NL:HR:2006:AU7378
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardering negatief loon bij vervallen werknemersopties
Belanghebbende kreeg in 2000 1333 optierechten toegekend die vervielen bij beëindiging van zijn dienstverband in december 2000. De Inspecteur nam de forfaitaire waarde van de optierechten als belastbaar loon in aanmerking, wat door het Hof werd bevestigd. Belanghebbende stelde dat het vervallen van de optierechten als negatief loon moest worden meegenomen, maar het Hof verwierp dit.
De Hoge Raad oordeelde dat het forfaitaire waarderingsvoorschrift van artikel 15 URLB Pro geen rekening houdt met subjectieve factoren zoals het vervallen van rechten door ontslag. Omdat de waarde van de optierechten bij toekenning al als loon was belast, moet het nadeel van verval als negatief loon worden aangemerkt.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof ’s-Gravenhage voor verdere behandeling, waarbij de waarde van het negatieve loon op het moment van verval moet worden vastgesteld volgens artikel 15 URLB Pro. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor nadere behandeling.