ECLI:NL:RBARN:2012:BX8738
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Deskundigenrapport bevestigt dat ongeval niet bepalend was voor rugklachten
In deze civiele procedure tussen eiser en Interpolis is een deskundigenrapport van prof. dr. Grotenhuis centraal komen te staan. De deskundige concludeert op basis van een MRI-scan uit 2004 en literatuurstudie dat er geen zichtbare traumatische letsels zijn en dat de afwijkingen degeneratief van aard zijn. Het ongeval van 20 februari 2001 wordt niet als bepalende factor voor de rugklachten beschouwd.
De rechtbank bespreekt uitgebreid de bezwaren van eiser tegen het deskundigenrapport, waaronder het feit dat hij niet opnieuw is onderzocht. De rechtbank oordeelt dat de deskundige binnen zijn opdracht heeft gehandeld en dat de conclusies zorgvuldig en goed gemotiveerd zijn. De kern van het geschil is of eiser direct na het ongeval rugklachten heeft geuit, wat van belang is voor de causaliteit.
Omdat hierover tussen partijen onduidelijkheid bestaat, wordt de zaak verwezen naar de rol zodat eiser kan aangeven wanneer hij rugklachten heeft gemeld en zijn medisch dossier kan overleggen. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat hierover duidelijkheid is verkregen.
De rechtbank bevestigt hiermee het belang van een zorgvuldige bewijsvoering omtrent het moment van klachtenuiting en de relatie met het ongeval, en benadrukt dat zonder directe klachtenuiting het ongeval slechts kan leiden tot een niet-richtingbepalende verergering van een pre-existente aandoening.
Uitkomst: Het ongeval wordt niet als bepalende factor voor de rugklachten beschouwd; zaak wordt verwezen voor nadere toelichting over klachtenuiting.