ECLI:NL:RBARN:2012:BX0595
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over gebrekkige coating en schadevorderingen tussen Waterschap en aannemer
In deze civiele procedure tussen het Waterschap Aa en Maas en de aannemer Holding B.V./N.V. staat centraal of de door de aannemer aangebrachte coating op de binnenwanden van een RWZI gebrekkig is en of het Waterschap ten onrechte de coating heeft afgekeurd.
Een deskundigenrapport concludeert dat het onderzoek van de coating onjuist is uitgevoerd en dat niet kan worden aangenomen dat de coating ondeugdelijk was. Het Waterschap moet daarom bewijzen dat de coating gebrekkig is aangebracht. Diverse schadevorderingen van de aannemer wegens vertragingsschade en extra kosten worden afgewezen vanwege onvoldoende concrete onderbouwing.
De rechtbank wijst ook vorderingen af die betrekking hebben op stagnatieschade en terugbetaling van boetes, en bevestigt eerdere bindende eindbeslissingen. Voor een aantal overige vorderingen, waaronder meerwerk en reinigingskosten, wordt het Waterschap de gelegenheid gegeven om te reageren. Het getuigenverhoor wordt aangehouden om bewijs over de gebrekkige aanbrenging van de coating te horen.
De procedure wordt voortgezet met nader bewijs en conclusies na getuigenverhoor, waarbij de rechtbank verdere beslissingen aanhoudt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de meeste schadevorderingen af en bepaalt dat het Waterschap moet bewijzen dat de coating gebrekkig is aangebracht.