ECLI:NL:RBARN:2012:BV6037
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van teruggeschonken vrijwilligersvergoeding bij ANBI
Eiser was in 2008 als vrijwilliger werkzaam voor twee erkende ANBI-stichtingen, de Stichting B en Stichting C. Voor zijn werkzaamheden ontving hij een vrijwilligersvergoeding die niet hoger was dan de door de fiscus vastgestelde maxima. Eiser bracht deze vergoedingen als giften in aftrek op zijn belastbaar inkomen, omdat hij het volledige bedrag direct aan de stichtingen had teruggeschonken.
De Belastingdienst weigerde deze aftrek op grond dat er geen reëel recht op uitbetaling van de vergoeding zou zijn geweest en dat de stichtingen niet over voldoende liquide middelen beschikten om de vergoedingen daadwerkelijk uit te betalen. De rechtbank oordeelde dat uit de vrijwilligersovereenkomsten, convenanten en verklaringen van de stichtingen blijkt dat eiser wel degelijk recht had op de vergoeding. Het feit dat de vergoeding direct werd teruggeschonken en dat de stichtingen mogelijk niet over voldoende liquide middelen beschikten, sluit aftrek als gift niet uit.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde het belastbaar inkomen uit werk en woning vast op € 23.044. Tevens werd de heffingsrente dienovereenkomstig verminderd. De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak benadrukt dat de fiscale regeling gericht is op het verlichten van de financiële positie van ANBI's en dat teruggeschonken vrijwilligersvergoedingen als giften kunnen worden aangemerkt, mits sprake is van een reëel recht op uitbetaling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert het belastbaar inkomen tot € 23.044 met aftrek van de teruggeschonken vrijwilligersvergoeding.