ECLI:NL:RBARN:2010:BO5344
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijval herinvesteringsreserve bij verkoop aandelen dochtermaatschappij fiscale eenheid
Eiseres, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, verkocht in 2007 de aandelen van haar dochtermaatschappij [B] BV, die in 2006 een kantoorpand had verkocht en daarbij een herinvesteringsreserve (HIR) had gevormd. De vraag was of de HIR terecht bij eiseres werd belast.
De rechtbank stelt vast dat de fiscale eenheid eindigde op het moment van levering van de aandelen op 9 maart 2007. Uit notulen en e-mails blijkt dat het herinvesteringsvoornemen was komen te vervallen bij het besluit tot verkoop van de aandelen. Hierdoor moet de HIR volgens artikel 15aj van de Wet Vpb vrijvallen en als winst van de fiscale eenheid worden belast.
Eiseres voerde aan dat de HIR niet bij haar belast kon worden omdat de dochtermaatschappij geen zelfstandige belastingplicht had binnen de fiscale eenheid, en dat het herinvesteringsvoornemen nog bestond ultimo 2006. De rechtbank verwierp deze argumenten en oordeelde dat de HIR terecht bij eiseres is belast.
Verder wees de rechtbank het beroep op vermindering van heffingsrente en proceskostenvergoeding af omdat geen gegronde afzonderlijke bezwaren waren aangevoerd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de belastingaanslag inclusief vrijval van de herinvesteringsreserve.