ECLI:NL:RBARN:2010:BL9486
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dwangsommen bij niet-naleving eigendomsoverdracht bakkerijpand
In deze zaak staat centraal of eiser dwangsommen verschuldigd is wegens het niet of onvoldoende uitvoeren van een vonnis uit 1996, waarin hij werd veroordeeld om een pand over te dragen aan gedaagde binnen een week nadat hij zijn nieuwe bakkerij in gebruik zou nemen. De rechtbank stelt vast dat de voorwaarde van het in gebruik nemen van de nieuwe bakkerij niet als opschortende voorwaarde kan worden gelezen en dat eiser niet verplicht was deze voorwaarde te vervullen.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij de nieuwe bakkerij in gebruik heeft genomen. Gedaagde heeft ook niet betwist dat de situatie sinds het vonnis ongewijzigd is gebleven, met de bakkerij nog steeds gevestigd in het oude pand. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarde voor eigendomsoverdracht en is het niet aannemelijk dat eiser dwangsommen heeft verbeurd.
De rechtbank beveelt gedaagde om de executiemaatregelen te staken zolang niet vaststaat dat de nieuwe bakkerij in gebruik is genomen. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen. De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen omdat eiser hiervoor geen spoedeisend belang heeft gesteld.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Eiser hoeft geen dwangsommen te betalen omdat hij de nieuwe bakkerij niet in gebruik heeft genomen; executiemaatregelen worden gestaakt.