ECLI:NL:RBARN:2009:BJ2687
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag tabaksaccijns wegens voorhanden hebben sigaretten
Verweerder legde aan eiser een naheffingsaanslag tabaksaccijns op over de periode augustus tot en met september 2004, omdat eiser 1.200.000 sigaretten zou hebben voorhanden gehad die niet in de heffing waren betrokken. Eiser betwistte dit en stelde onder meer dat het niet vaststond dat het sigaretten betrof, dat hij slechts vervoerder was en dat de aanslag disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat uit het proces-verbaal en telefoontaps onomstotelijk blijkt dat het om sigaretten ging en dat eiser feitelijke beschikkingsmacht had over de goederen, mede omdat hij de loods beheerde en het transport deels begeleidde. Tevens moest eiser redelijkerwijs weten dat de sigaretten niet waren betrokken in de accijnsheffing.
De rechtbank verwierp de betwisting van de hoeveelheid sigaretten, gelet op verklaringen van eiser zelf en het onderzoek naar de laadruimte van de gebruikte bestelbus. Ook het proportionaliteitsbeginsel werd niet geschonden, aangezien verweerder vrij is om te bepalen aan wie naheffingsaanslagen worden opgelegd en geen bijzondere omstandigheden waren gesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de naheffingsaanslag tabaksaccijns wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd.