ECLI:NL:RBARN:2009:BJ2214
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen implementatie EPZ-constructie bij verkoop Essent aan RWE
Delta Energy en Delta NV, aandeelhouders in de joint venture EPZ die de kerncentrale Borssele exploiteert, vorderen een voorlopige voorziening tegen Essent c.s. en RWE. Essent wil haar aandelen verkopen aan RWE, een buitenlandse beursgenoteerde onderneming, wat volgens Delta c.s. strijdig is met de kwaliteitseis in de statuten van EPZ die vereist dat aandeelhouders publiekrechtelijke lichamen zijn.
De rechtbank onderzoekt de betekenis van de kwaliteitseis en de gevolgen van het ontbreken van een sanctie bij niet-naleving. De EPZ-constructie die Essent en RWE voorstellen, waarbij juridische en economische eigendom van aandelen gesplitst worden, voldoet niet aan de kwaliteitseis. Essent c.s. betogen dat de eis een belemmering vormt voor het vrije verkeer van kapitaal, maar de rechtbank oordeelt dat de eis gerechtvaardigd is.
Gezien de onomkeerbare gevolgen van de verkoop en het belang van Delta c.s. wordt een voorlopige voorziening getroffen. Essent c.s. wordt verboden handelingen te verrichten die leiden tot het niet meer voldoen aan de kwaliteitseis, waaronder de implementatie van de EPZ-constructie. Een dwangsom wordt opgelegd bij overtreding. RWE wordt niet direct geboden tot naleving, omdat zij nog geen aandeelhouder is.
Uitkomst: Essent c.s. wordt verboden handelingen te verrichten waardoor niet langer aan de kwaliteitseis wordt voldaan, met een dwangsom bij overtreding.