Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Circuit Court in Katowice, V Penal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
decision of the Katowice Circuit Court of 16th April 2008 with reference XXIII Kz 116/08 on imposing pre-trial detention for a period of 1 month from the date of her arrest.
4.Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
- de opgeëiste persoon verblijft ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000;
- ten aanzien van de opgeëiste persoon bestaat de verwachting dat hij niet zijn recht van verblijf in Nederland verliest als gevolg van een hem na overlevering opgelegde straf of maatregel.
the Code of Criminal Procedure, hierna: CCP). Desalniettemin acht de rechtbank het duidelijk dat met de zinsnede “overeenkomstig de geldende bepalingen van het Poolse recht” bedoeld is naar dit artikel te verwijzen. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat artikel 607j CCP een implementatie betreft van artikel 5, paragraaf 3, Kaderbesluit 2002/584/JBZ, in die zin dat als de overlevering afhankelijk is gesteld van een garantie als bedoeld in dat artikel, de tenuitvoerlegging van een bij onherroepelijk uitspraak opgelegde vrijheidsstraf plaatsvindt met toepassing van artikel 607j CCP. Over de toepassing van dat artikel is in een andere zaak [5] de volgende informatie verstrekt:
6.Artikel 9 OLW; verjaring
oplichtingaangeduid, dat gepleegd zou zijn op 3 juli 2002 in Polen. Zoals de rechtbank onder punt 5 heeft vastgesteld verblijft de opgeëiste persoon meer dan vijf jaar onafgebroken rechtmatig in Nederland, zodat zij ook kan worden gelijkgesteld met een Nederlander in de zin van artikel 7, derde lid, Sr jo. artikel 86b Sr. Daaruit volgt dat Nederland rechtsmacht heeft op grond van artikel 7, eerste lid, Sr. Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat op grond van artikel 70, eerste lid onder 3, Sr het recht tot strafvordering voor dit feit na twaalf jaren vervalt. Uitgaande van de datum waarop het feit zou zijn gepleegd, zou de verjaringstermijn al op 3 juli 2014 zijn verlopen. De vraag is of de verjaringstermijn is gestuit als bedoeld in artikel 72, eerste lid, Sr en, zo ja, of die stuitingshandeling tot gevolg hebben dat de verjaringstermijn op dit moment nog loopt.
request for information”:
7.Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden
remand prisons” niet is weggenomen. Hij heeft betoogd dat aan de Poolse autoriteiten niet een redelijke termijn moet worden gegeven om af te wachten of er nog een wijziging in de omstandigheden optreedt, maar dat de rechtbank nu reeds geen gevolg moet geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard moet worden. Een dergelijke wijziging van omstandigheden is immers niet te verwachten, omdat al drie keer om aanvullende informatie gevraagd en elke keer dezelfde informatie wordt gegeven.
remand regimein Polen terechtkomen. Het kernpunt hierbij is dat slechts 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal 23 uren per dag op zijn cel doorbrengt.
remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden.
behoeften, in overleg met de gevangenispastor),
remand regimein Polen onmenselijk of vernederend zal worden behandeld.
Circuit Court in Katowicede overlevering heeft toegestaan omdat er een afdoende detentiegarantie ten aanzien van andere detentie-instellingen was gegeven, zodat niet uitgesloten is dat een dergelijke garantie ook in de onderhavige zaak kan worden gegeven. [10]
8.Evenredigheid
de uitvaardigende rechterlijke autoriteitte vragen of, in het licht van de hiervoor geschetste huidige stand van zaken, zij nog steeds om uitvoering van het EAB verzoekt of dat zij mogelijk gebruik wil maken van andere rechtshulpinstrumenten die haar ter beschikking staan. Daarbij zou onder meer gedacht kunnen worden aan overname van de strafvervolging door Nederland.
9.Beslissing
24 februari 2026 tot en met 6 maart 2026.
60 dagen(
eindigend op 1 april 2026), omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
60 dagen.
oproeping van de opgeëiste persoontegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn
raadsvrouw.
tolkin
de Poolse taaltegen een nader te bepalen datum en tijdstip.