ECLI:NL:RBAMS:2026:3735
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en aanzegplicht cao Primair Onderwijs
De zaak betreft een geschil tussen een stichting als werkgever en een werkneemster over de verlenging van een arbeidsovereenkomst en de toepassing van de cao Primair Onderwijs (cao PO).
De werkneemster trad in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die stilzwijgend werd verlengd zonder aanzegging door de werkgever, wat een schending van de aanzegplicht uit artikel 3.3 lid 2 cao PO inhoudt. Volgens artikel 3.3 lid 3 cao PO wordt de arbeidsovereenkomst dan geacht te zijn verlengd voor bepaalde tijd onder dezelfde voorwaarden.
De werkneemster stelde dat de verlenging stilzwijgend voor onbepaalde tijd was, mede vanwege een beschikking van het hof Den Haag, maar de rechtbank volgt het oordeel van het hof Amsterdam dat in deze situatie de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is verlengd. De werkgever heeft tijdig aangezegd dat de overeenkomst niet wordt verlengd na 1 augustus 2025, waardoor het dienstverband eindigt.
De ontbindingsverzoeken van de werkgever worden afgewezen, evenals de verzoeken van de werkneemster om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of een billijke vergoeding. Wel wordt de werkgever veroordeeld om binnen een week na betekening melding te doen bij het UWV dat de werkneemster ziek uit dienst is getreden. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is verlengd voor bepaalde tijd, ontbindingsverzoeken worden afgewezen en werkgever moet melding doen bij UWV van ziek uit dienst treden.