Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Beoordeling in hoger beroep
primair, de verzoeken in eerste aanleg van [verzoekster] alsnog zal toewijzen.
Subsidiair, indien sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, verzoekt [verzoekster] veroordeling van DHS tot betaling aan haar van achterstallig loon (met vakantiegeld en uitbetaling van vakantiedagen) vanaf 31 juli 2023 t/m 31 juli 2024, een en ander met wettelijke verhoging en wettelijke rente, met beslissing over de proceskosten.
primairertoe dat het hof de bestreden beschikking zal bekrachtigen, met beslissing over de proceskosten. S
ubsidiair, indien het hof bepaalt dat sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd gedurende de periode 1 augustus 2023 tot 1 augustus 2024, verzoekt DHS dat het hof rekening zal houden met een aantal door haar genoemde omstandigheden, zoals genoemd in onderdeel (b) in de conclusie van het verweerschrift.
nogmaalssluiten van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in nog sterkere mate afwijkt van het in de cao vooropgezette uitgangspunt. In artikel 3.1 lid 2 van de cao is dat tot uitdrukking gebracht door de formulering dat
eenmaaleen arbeidsovereenkomst voor (bepaalde tijd van) ten hoogste twaalf maanden kan worden aangegaan en dat
alleen in zeer bijzondere gevallennog eenmaal een verlenging voor bepaalde tijd kan worden aangegaan. Aan het voorgaande kan in de onderhavige zaak nog worden toegevoegd dat [verzoekster] vanaf 17 september 2020 in het kader van een praktijkovereenkomst tot het ingaan van de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een stage heeft gedaan bij DHS als Onderwijsassistent.
juistvaak een aanknopingspunt vormt voor het aanbieden van een tweede contract voor bepaalde tijd om werknemers (zoals [verzoekster] ) een ‘tweede kans’ te bieden in plaats van een einde van hun arbeidsovereenkomst, volgt het hof dus niet. Volgens de tekst van de cao is die keuzemogelijkheid er niet, althans alleen in zeer bijzondere gevallen, waarbij de stelplicht en bewijslast op DHS als werkgeefster rusten om voldoende concrete feiten en omstandigheden te stellen die de kwalificatie van “zeer bijzonder geval” kunnen dragen. Daaraan heeft DHS niet voldaan.
alleen in zeer bijzondere gevallen) zoals de tekst van artikel 3.1 lid 2 cao voorschrijft.
nietzou gelden dat die mogelijkheid alleen in zeer bijzondere gevallen bestaat.
Constar).
.