ECLI:NL:RBAMS:2026:3071
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beklag tegen beslag op gegevensdragers in Wwft-onderzoek
De klaagster wordt verdacht van het opzettelijk overtreden van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) over de periode van oktober 2016 tot heden. Het Openbaar Ministerie (OM) startte een onderzoek en kondigde in april 2025 de dagvaarding aan. De FIOD vorderde in december 2025 op grond van de Wet op de economische delicten (WED) de uitlevering en inbeslagneming van gegevensdragers met cliëntendossiers van 29 specifieke klanten.
De klaagster diende een beklag in tegen het beslag, stellende dat het onrechtmatig was wegens schending van proportionaliteit, subsidiariteit en beginselen van behoorlijke procesorde, en dat het OM zich onterecht uitbreidde buiten de periode 2016-2021. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek in raadkamer summier is en niet vooruitloopt op de strafzaak. De proportionaliteit en subsidiariteit betreffen het voortduren van het beslag, niet de beslaglegging zelf.
De rechtbank stelde vast dat het beslag rechtmatig was gelegd, dat de vordering toegespitst was op 29 klanten en dat de klaagster verplicht is gegevens te bewaren. Het OM had de klaagster ruim gelegenheid gegeven tot medewerking. Het persbericht van het OM beperkte de vervolging niet tot 2016-2021. Het belang van strafvordering, waaronder het aan de dag brengen van de waarheid, vordert het voortduren van het beslag. Het beklag werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beklag tegen het beslag op gegevensdragers is ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.