AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Belediging en aanzetten tot haat tegen Joden via e-mails aan Anne Frank Stichting
Verdachte heeft zich in de periode van 27 september 2024 tot en met 30 december 2024 schuldig gemaakt aan het beledigen van en aanzetten tot haat tegen Joden door vijf e-mails te sturen naar de Anne Frank Stichting met daarin beledigende en haatzaaiende uitlatingen. De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte deze e-mails zelf heeft verzonden en dat de uitlatingen evident beledigend en haatzaaiend zijn jegens Joden vanwege hun ras.
De rechtbank heeft het bewijs gebaseerd op digitale onderzoeken en de bekentenis van verdachte. De uitlatingen bevatten extreme en expliciete beledigingen en schelden het Joodse volk uit met termen als 'vieze moordenaars', 'walgelijk kanker volk' en 'hypocriete ratten'. Deze uitingen zijn niet gedaan in een maatschappelijke debatcontext en zijn gericht op het dehumaniseren van een hele bevolkingsgroep.
Verdachte heeft erkend de e-mails te hebben verstuurd en spijt betuigd. De rechtbank weegt mee dat verdachte geen eerdere soortgelijke veroordelingen heeft. Gezien de ernst van de feiten en de persoon van verdachte legt de rechtbank een taakstraf van 60 uren op, met een vervangende hechtenis van 30 dagen bij niet-naleving.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren wegens belediging en aanzetten tot haat tegen Joden.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/071031-25
Datum uitspraak: 4 februari 2026
Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] , [woonplaats] .
1.Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 januari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.J. Nijkerk, en van wat verdachte naar voren heeft gebracht.
2.Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 27 september 2024 tot en met 30 december 2024 in Nederland heeft schuldig gemaakt aan het beledigen van en aanzetten tot haat tegen Joden wegens hun ras en/of godsdienst door vijf e-mailberichten naar de Anne Frank Stichting te sturen met daarin beledigende uitlatingen.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
3.1
Inleiding
Op 13 december 2024 wordt namens de Anne Frank Stichting aangifte gedaan, omdat zij in de periode daarvoor meerdere e-mails heeft ontvangen van een persoon met daarin voor Joden beledigende uitlatingen. Op 6 januari 2025 doet zij nogmaals aangifte, omdat door dezelfde persoon nog een beledigende e-mail is verstuurd. De politie doet vervolgens digitaal onderzoek, waaruit het vermoeden ontstaat dat verdachte de afzender is van de e-mails. Op 21 februari 2025 wordt verdachte door de politie gehoord, waar hij bekent de e-mails te hebben verzonden.
3.2
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit bewezen kan worden. Uit het dossier blijkt dat het verdachte is geweest die de e-mails heeft verstuurd. De uitlatingen die in de e-mailberichten door hem zijn gedaan, zijn beledigend over Joden wegens hun ras en/of godsdienst. De uitingen zijn niet gedaan in de context van een maatschappelijk debat. Daarnaast zetten de uitingen aan tot haat tegen Joden. De e-mailberichten kwalificeren als ‘een voorwerp waarin een uiting is vervat’ in de zin van artikel 137e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). De e-mails zijn anders dan op verzoek van de Anne Frank Stichting aan haar verzonden. Verdachte had redelijkerwijs moeten vermoeden dat de uitlatingen in de e-mails beledigend waren en/of aanzetten tot haat, gelet op het extreme en expliciete karakter daarvan. Verdachte heeft hiervan een gewoonte gemaakt door in een langere periode meerdere e-mails te versturen.
3.3
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft het feit ter terechtzitting (nogmaals) volledig bekend.
3.4
Het oordeel van de rechtbank
Feiten en omstandigheden
Niet ter discussie staat dat het verdachte is geweest die vijf e-mailberichten heeft verstuurd naar de Anne Frank Stichting met daarin de tenlastegelegde uitlatingen, nu dit uit het digitale onderzoek is gebleken en verdachte dit heeft bekend. Verder staat niet ter discussie dat de Anne Frank Stichting niet heeft verzocht deze berichten van verdachte te ontvangen.
Zijn de uitlatingen beledigend?
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of deze uitlatingen voldoen aan de vereisten van artikel 137e Sr, waarin belediging van een groep strafbaar is gesteld.
Juridisch kader
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad zijn toetsingscriteria ontwikkeld met betrekking tot de vraag of sprake is van belediging van een groep mensen (ECLI:NL:HR:2018:541). Deze criteria sluiten aan bij het door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) ontwikkelde stappenplan om klachten over schending van het recht op vrijheid van meningsuiting ex artikel 10 EVRMPro te beoordelen. Daarvoor moeten de volgende vragen worden beantwoord:
heeft de uitlating – op zichzelf en in de context bezien – de strekking om een groep mensen te beledigen wegens hun ras, godsdienst, levensovertuiging, seksuele gerichtheid of handicap? Zo ja,
is de uitlating gedaan in een bepaalde context die het beledigende karakter daarvan mogelijk wegneemt vanwege het recht op vrijheid van meningsuiting ex artikel 10 EVRMPro? Zo ja,
moet de uitlating desondanks als onnodig grievend worden aangemerkt?
De uitlatingen gedaan door verdachte
De rechtbank is van oordeel dat de teksten die verdachte in de e-mailberichten heeft verzonden, zonder meer en evident beledigend zijn voor een hele groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras. In de e-mails scheldt verdachte het Joodse volk (door steeds te verwijzen naar ‘jullie’) telkens uit voor onder meer vieze moordenaars, leugenaars, een (ziek) walgelijk kanker volk, hypocriete honden en ratten. Deze bewoordingen kunnen niet anders worden begrepen dan als erop gericht om het gehele Joodse volk ernstig te dehumaniseren en beledigen. Aan de eerste stap van het toetsingskader is dan ook voldaan.
Niet kan worden gesteld dat verdachte deze uitingen heeft gedaan in een context die het beledigende karakter ervan wegneemt. Verdachte heeft deze beledigingen gemaild naar de Anne Frank Stichting, naar eigen zeggen omdat hij ontdaan was door het geweld in Gaza. De uitlatingen strekten ertoe om het gehele Joodse volk (in zijn perspectief kennelijk vertegenwoordigd door de Anne Frank Stichting) verantwoordelijk te stellen voor dat geweld. Gelet op deze strekking en de extreme aard van de uitlatingen, kunnen deze op geen enkele wijze een bijdrage leveren aan het maatschappelijke debat over het geweld in Gaza. Er is ook niet gesteld of gebleken dat verdachte deze uitlatingen zou hebben gedaan vanuit zijn eigen geloofsopvatting of als een artistieke expressie.
Gelet op het oordeel van de rechtbank dat de uitlatingen beledigend zijn voor Joden en dat dit beledigende karakter niet is weggenomen, behoeft de laatste vraag van het hierboven genoemde stappenplan geen beantwoording.
Zetten de uitlatingen aan tot haat?
Juridisch kader
Van aanzetten tot haat is sprake als de gedane uitlatingen een intrinsiek conflictueuze tweedeling schetsen. Haat is ‘een extreme emotie van diepe afkeer en vijandigheid’ en om daartoe aan te kunnen zetten, dient de uitlating dan ook een krachtversterkend element te bevatten. [1]
De uitlatingen gedaan door verdachte
De rechtbank is van oordeel dat de e-mailberichten ook aanzetten tot haat tegen Joden wegens hun ras. In zijn berichten houdt verdachte het gehele Joodse volk verantwoordelijk voor het geweld in Gaza. Keer op keer schept hij een ‘wij versus zij’ sentiment, door te stellen dat zowel Moslims als Hollanders Joden haten. Daarmee zet hij de Joden telkens collectief neer als vijand van verschillende groepen. Daarnaast zegt hij dat Joden dit aan zichzelf te danken hebben en spreekt hij de hoop uit dat de Arabische wereld de oorlog verklaart aan de Joden. Verder stelt hij meerdere keren dat de Joden hypocriet zouden zijn over de Holocaust, terwijl zij zelf een genocide plegen. Van het schetsen van een intrinsiek conflictueuze tweedeling door verdachte is dan ook sprake.
Voor uitingen die aanzetten tot haat, zoals hierboven is vastgesteld, bestaat geen toetsingskader dat de strafbaarheid van die uitingen weg kan nemen. Deze uitlatingen zijn dan ook strafbaar.
Een voorwerp waarin een uiting is vervat
De uitingen zijn door verdachte gedaan door middel van meerdere e-mailberichten. Artikel 137e Sr richt zich op het tegengaan van het verspreiden van discriminerende en haat zaaiende uitingen, ongeacht de vorm waarin die verspreiding plaatsvindt. Het begrip voorwerp dient in dat kader te worden begrepen als drager van de inhoud, waarin strafbare uitlatingen zijn vervat en die aan derden kunnen worden overgebracht. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat het begrip ‘voorwerp’ ruim moet worden geïnterpreteerd en dat daaronder boeken, kranten, tijdschriften, afbeeldingen, films, televisieopnamen, geluidsbanden en meer moeten worden begrepen. [2] Het gaat hierbij om een niet-limitatieve opsomming van communicatiemiddelen, zowel analoog als digitaal. Naar het oordeel van de rechtbank zijn e-mails naar hun aard en doel evident digitale communicatiemiddelen die bij uitstek geschikt zijn voor het dragen en verspreiden van uitingen, waaronder de door verdachte verstuurde berichten. Ook aan dit bestanddeel is dus voldaan.
Weten of redelijkerwijs moeten vermoeden
Verdachte heeft meermaals bekend de e-mails te hebben verstuurd. Ook heeft hij ter zitting duidelijk verklaard te weten dat de e-mails beledigend zijn en aanzetten tot haat, dat hij er veel spijt van heeft en dat hij zich er diep voor schaamt. Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank dan ook van oordeel dat bewezen is dat verdachte wist van het discriminatoire karakter van de berichten.
Gewoonte
Verdachte heeft in een periode van drie maanden vijf e-mailberichten verstuurd met discriminatoire teksten. Door over een langere periode meerdere van zulke e-mails te versturen, heeft verdachte daar een gewoonte van gemaakt, zodat ook dit bewezen is.
4. Bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat verdachte:
op tijdstippen gelegen in de periode van 27 september 2024 t/m 30 december 2024 in Nederland, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving, voorwerpen, te weten e-mails, waarin een uitlatingen waren vervat, die, naar hij wist, voor een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras, beledigend zijn en aanzette tot haat tegen Joden, wegens hun ras, aan iemand, te weten werknemers van de Anne Frank Stichting, anders dan op diens verzoek, heeft doen toekomen, door het toezenden van e-mailberichten met de volgende inhoud:
- “ Jullie moeten je kapot schamen, elke keer zielig doen over wat jullie overkomen is in de oorlog. Maar er niks van geleerd en precies hetzelfde doen bij de Palestijnen. Het is gewoon genocide en snap niet dat iedereen het goedkeurt. Het is triest dat mijn grootouders spijt hadden dat ze Joden hadden geholpen in de oorlog. En vonden het erg omdat ik altijd gezegd heb wat voor viezerikken het zijn. Jullie verdienen geen eigen land en denken dat jullie God zijn dat overal schijt aan heeft, maar wel andere landen aanvallen. Hoop ooit nog mee te maken dat er van jullie moordenaars niks meer overblijft, want zo erg jullie de Palestijnen haten, zo erg haat ik jullie. Maar eerst zorgen dat jullie niet meer elk jaar herdacht worden, want dat zijn jullie niet meer waard. En gelukkig denken heel veel mensen hetzelfde. Maar ga maar weer zielig doen walgelijk volk";
- " Jullie hebben het altijd over de holocaust, terwijl jullie zelf vieze leugenaars zijn, en zelfs genocide plegen. Dat nu zoveel mensen jullie haten is jullie eigen tyfus schuld. Jullie denken te winnen, maar daar komen jullie nog wel achter vieze moordenaars. Jullie zijn een ziek walgelijk volk, maar dat wist ik allang, dat nu zijn
echte gezicht laat zien. From the river to the sea, Israël will never be free. En hoop dat de hele Arabische wereld jullie de oorlog verklaren. Palestina is niet van jullie en zal het nooit worden. En ga nu maar weer zielig doen met who the fuck is Anne Frank";
- “ Tot jullie nog durven te praten over de holocaust, terwijl jullie nog slechter zijn. Dat steeds meer mensen jullie zijn gaan haten hebben jullie aan jezelf te danken. Kan jullie bloed wel zuipen. Zelfverdediging tegen wie, een volk uitmoorden, walgelijk kanker volk”;
- " Het is de omgekeerde wereld, jullie kunnen genocide plegen en iedereen die wat negatiefs zegt over jullie zijn gelijk antisemitisch. Maar jullie mogen alles, zelfs discrimineren, mensen mishandelen enz, terwijl wij worden opgesloten. Hoop dat jullie trots zijn, walgelijke moordenaars, Israël heeft geen bestaansrecht en nooit gehad. Maar jullie zijn zo zielig. Maar gelukkig zien de meeste mensen jullie ware gezicht en dat steeds meer mensen jullie zijn gaan haten is jullie eigen schuld. Heb geen medelijden met joden, want wist allang wat een hypocriete honden jullie waren. Snap ook niet waarom iedereen naar jullie pijpen danst, ik in ieder geval niet en bang ben ik zeker niet voor jullie viezerikken. Maar de tijd zal het leren. Hier mogen we jullie niet haten, maar dat boeit me niet, jullie haten iedereen die wat verkeerds zegt, ik haat jullie omdat jullie denken dat jullie God zijn. Jullie zijn nog erger als de nazi's”;
- “ Hoe komen jullie erbij dat alleen Moslims jullie haten, terwijl er genoeg Hollanders zijn zoals ik die jullie niet motten. Amsterdam was zo erg voor jullie, zielig kanker volk. Dat wij een schurft aan Joden hebben, hebben jullie aan jezelf te danken. Jullie zijn nog erger dan de nazi's. Walgelijk volk Anne-Frank zou zich kapot schamen. Stelletje hypocriete ratten”;
terwijl verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
5.Het bewijs
De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.
6.De strafbaarheid van het feit
Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
7.De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8.Motivering van de straf
8.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen.
8.2
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het eens is met de eis van de officier van justitie en dat hij de taakstraf zal uitvoeren.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het uiten van discriminatoire teksten door vijf e-mails te sturen naar de Anne Frank Stichting met daarin teksten die beledigend zijn voor- en aanzetten tot haat tegen Joden. Deze uitlatingen waren bijzonder vergaand en extreem. Naar eigen zeggen heeft verdachte uit impuls en emotie deze berichten gestuurd, ontdaan door de berichtgeving over het geweld in Gaza. Hoewel begrijpelijk is dat deze berichtgeving verdachte aangreep, kan dat geen rechtvaardiging zijn van het feit dat verdachte dergelijke haatdragende berichten over het hele Joodse volk aan de Anne Frank Stichting heeft gericht. Juist in een tijd waarin (nieuwsberichten over) geopolitieke conflicten zo veel polarisatie in de samenleving veroorzaken, dient men zich bewust te zijn van de impact van zijn woorden. Kritiek uiten op beleid mag, maar daarbij dienen altijd de grenzen van de wet te worden gerespecteerd. Verdachte is die grenzen ernstig voorbij geschoten. Ook neemt de rechtbank hem kwalijk dat hij zijn berichten aan de Anne Frank Stichting heeft gericht; de Anne Frank Stichting kan op geen enkele wijze aansprakelijk worden gesteld voor het geweld dat plaatsvindt in Gaza.
Verdachte heeft een excuusmail aan de Anne Frank Stichting gestuurd. Ook ter zitting heeft hij zich tot de vertegenwoordiger van de Anne Frank Stichting gericht en meermaals excuses aangeboden. Verder heeft hij schuld bekend en spijt betuigd. De rechtbank houdt hiermee rekening in het voordeel van verdachte.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 22 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.
Strafoplegging
Alles afwegende, acht de rechtbank de straf zoals gevorderd door de officier van justitie passend en geboden. De rechtbank legt dan ook een taakstraf van 60 uren op.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 137e van het Wetboek van Strafrecht.
10.Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
een voorwerp, waarvan men wist, dat daarin een uitlating was vervat, die voor Joden wegens hun ras beledigend is en aanzet tot haat tegen mensen wegens hun ras, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving aan iemand, anders dan op diens verzoek, doen toekomen, terwijl hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt.
Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 60 (zestig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 (dertig) dagen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. J. Thomas, voorzitter,
mr. R.A. Overbosch en mr. C.C.J. Maas-van Es, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Ç.H. Dede, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 februari 2026.