ECLI:NL:RBAMS:2025:6828
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij besluit SMI-indicatie
Eiseres stelde beroep in tegen een besluit van 8 januari 2025 waarin een SMI-indicatie werd toegekend voor de periode 1 januari tot en met 25 maart 2025. De rechtbank oordeelt dat het beroep te laat is ingediend, aangezien de beroepstermijn van zes weken op 19 februari 2025 eindigde en het beroep pas op 11 augustus 2025 bij de rechtbank werd ingediend.
Eiseres voerde aan dat zij het besluit niet volledig had ontvangen en pas op 20 augustus 2025 het besluit volledig onder ogen kreeg, waardoor de beroepstermijn volgens haar nog niet was aangevangen. De rechtbank stelt echter vast dat het besluit correct geadresseerd was en dat eiseres de inhoud ervan feitelijk heeft kunnen kennen vanaf 9 januari 2025. Het ontbreken van bijlagen en handtekening was onvoldoende reden om de termijn te laten staken.
De rechtbank weegt mee dat eiseres druk was met de zorg voor haar kinderen, maar oordeelt dat dit haar niet ontslaat van de verplichting om tijdig beroep in te stellen of contact op te nemen met verweerder. Gezien de ruime termijnoverschrijding en het ontbreken van voldoende verontschuldigende omstandigheden, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.