ECLI:NL:RVS:2022:1144
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bezwaar omgevingsvergunning bouw woning in Oosterbeek
Het college van burgemeester en wethouders van Renkum verleende op 22 juni 2017 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande woning op een perceel in Oosterbeek. Wederpartij, eigenaar van een aangrenzend perceel, verzocht handhaving wegens vermeende illegale bouwactiviteiten en maakte bezwaar tegen de vergunningverlening. De rechtbank Gelderland verklaarde het bezwaar ontvankelijk en gegrond, omdat het college onvoldoende had gemotiveerd dat wederpartij eerder op de hoogte had kunnen zijn van het besluit.
Het college stelde in hoger beroep dat wederpartij door eerdere bestemmingsplanwijzigingen en zichtbare bouwactiviteiten al bekend had kunnen zijn met de vergunning en dat het niet tijdig indienen van het bezwaar voor haar eigen rekening en risico kwam. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens termijnoverschrijding.
De Afdeling stelde vast dat wederpartij vanaf het moment van zichtbare bouwactiviteiten en kap van bomen op de hoogte had kunnen zijn van de vergunning en dat het van haar verwacht mocht worden dat zij hiernaar informeerde. Het bezwaar was daardoor niet tijdig ingediend. De Afdeling vernietigde het bestreden uitspraak en verklaarde het bezwaar van wederpartij ongegrond. Tevens werd het besluit van het college van 22 januari 2021 vernietigd omdat de grondslag daarvan was komen te vervallen.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij tegen het besluit van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.