Beoordeling door de rechtbank
Is het beroep van eiseres tegen het verkeersbesluit nul-emissiezone (zaak 25/3531) ontvankelijk?
3. Voordat zij kan overgaan tot een inhoudelijke behandeling van het beroep beoordeelt de rechtbank ambtshalve of eiseres tijdig beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 26 juni 2024.
4. Ingevolge artikel 6:7 en artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken en vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Het verkeerbesluit milieuzone is op 25 juni 2024 gepubliceerd in het Gemeenteblad. Het verkeersbesluit nul-emissiezone is op 26 juni 2024 gepubliceerd.
5. De beroepstermijn van het verkeersbesluit milieuzone is aangevangen op
26 juni 2024 en loopt tot en met 6 augustus 2024. De beroepstermijn van het verkeersbesluit nul-emissiezone is aangevangen op 27 juni 2024 en loopt tot en met 7 augustus 2024. Eiseres heeft op 23 juli 2024 beroep ingesteld tegen het verkeersbesluit milieuzone van
25 juni 2024. Met de brief van 14 augustus 2024 heeft de gemachtigde van eiseres verzocht dat het beroep van 23 juli 2024 ook aan te merken als gericht tegen het verkeerbesluit nul-emissiezone.
6. Eiseres betoogt dat het pro-forma beroep, gelet op de onderlinge samenhang van de besluiten, gericht is tegen beide besluiten. In dit betoog volgt de rechtbank eiseres niet. Hoewel in de bredere doelstelling (schonere lucht in Amsterdam) van de besluiten wel een zekere verbondenheid ligt, maakt dat niet dat er sprake is van een zodanige wederzijdse afhankelijkheid dat een beroep tegen het ene besluit van rechtswege ook een beroep tegen het andere besluit met zich brengt. De besluiten hebben immers verschillende geografische reikwijdten en verschillen ook in materieel opzicht van elkaar. De rechtbank ziet dan ook geen aanknopingspunten om het beroep van 23 juli 2024 om die reden aan te merken als mede gericht tegen het verkeersbesluit nul-emissiezone. Daaruit volgt dat eiseres pas op
14 augustus 2024 in beroep is gegaan tegen het besluit van 26 juni 2024. Dit is na afloop van de beroepstermijn. De rechtbank zal hierna beoordelen of de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
7. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is omdat het college haar op het verkeerde been heeft gezet. Zij wijst erop dat het college jarenlang heeft uitgedragen dat het gehele gebied binnen de ring [locatie 1] een uitstootvrij zone zou worden voor vracht- en bedrijfsauto's. Logistieke partijen, waaronder eiseres, die als ‘koploper’ zijn aangemerkt, hebben hun bedrijfsvoering daarop afgestemd. Zo heeft eiseres geïnvesteerd in elektrische voertuigen. Eiseres voelt zich daarom overvallen door het verkeersbesluit nul-emissiezone, dat een inperking inhoudt van de aanvankelijk beoogde nul-emissiezone binnen de ring [locatie 1] . Zij heeft de koerswijziging via de media moeten vernemen. Daarna heeft zij direct contact opgenomen met het college en verzocht om haar het onderliggend besluit toe te sturen. Het college heeft vervolgens per email van 1 juli 2024, uitsluitend het verkeersbesluit milieuzone toegestuurd. Dit terwijl beide besluiten op dat moment al waren genomen.
8. In de uitspraken van 30 januari 2024heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven nieuwe uitgangspunten geformuleerd voor de beoordeling van termijnoverschrijdingen als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb in bestuursrechtelijke procedures. Deze uitgangspunten houden onder meer in dat bij de beoordeling van de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding – in het geval van een beroep op bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen – een op het individuele geval gerichte, contextuele benadering wordt gevolgd. Dit betekent dat alle omstandigheden van het geval in hun samenhang moeten worden bezien. Als onderdeel van de contextuele benadering kan bij de vraag naar de toerekening aandacht worden besteed aan de hoedanigheid van de indiener, of de indiener zich heeft laten bijstaan door een rechtshulpverlener of andere derde, de omvang van de termijnoverschrijding, de partijconstellatie en de positie van het bestuursorgaan.
9. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanknopingspunten om te oordelen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank betrekt hierbij de omstandigheid dat de besluitvorming voor de nul-emissiezone is ingericht als afzonderlijk traject. Voor zowel het verkeersbesluit milieuzone als het verkeersbesluit nul-emissiezone zijn afzonderlijke ontwerpbesluiten ter inzage gelegd waarvoor afzonderlijk zienswijzen konden worden ingediend. De rechtbank ziet in de wijze waarop de besluitvorming is ingericht niet hoe eiseres op het verkeerde been zou zijn gezet door het college omdat eiseres zich heeft laten bijstaan door een professionele rechtsbijstandverlener. Daar komt bij dat in het verkeersbesluit milieuzone uitdrukkelijk wordt vermeld dat nog een afzonderlijk besluit over de nul-emissiezone wordt genomen. Voor zover eiseres stelt dat zij door de email van 1 juli 2025 is uitgegaan van één besluit overweegt de rechtbank dat het college aan zijn bekendmakingsplicht heeft voldaan door beide besluiten in het Gemeenteblad te publiceren op respectievelijk 25 juni en 26 juni 2024. Van een verdergaande informatieplicht is niet gebleken. Hoewel de rechtbank de email van 1 juli 2024 van het college wel slordig vindt, maakt dit niet dat dat er sprake is van tekortschieten bij de bekendmaking van de besluiten.
10. Uit het voorgaande volgt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Dat betekent dat het beroep van 14 augustus 2024 tegen het verkeersbesluit nul-emissiezone niet-ontvankelijk is en daarom niet inhoudelijk zal worden beoordeeld.
Beoordeling van het beroep tegen het verkeersbesluit milieuzone (zaaknummer 24/4171)
Is eiseres belanghebbende?
11. Uit artikel 1:2, eerste lid, van de Awb volgt dat onder belanghebbende wordt verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Uit artikel 20 van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994) volgt dat een belanghebbende tegen een verkeersbesluit tot plaatsing of verwijdering van verkeerstekens en onderborden of tot het treffen van maatregelen op of aan de weg ter regeling van het verkeer beroep kan instellen bij de rechtbank. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State(de Afdeling) dat met het stellen van het vereiste van het zijn van belanghebbende een zekere begrenzing is beoogd ten aanzien van de mogelijkheid tegen een besluit bezwaar te maken en beroep in te stellen. Het is niet de bedoeling van de wetgever geweest om tegen een verkeersbesluit beroep open te stellen voor een ieder. Bij verkeersbesluiten moet dan ook van geval tot geval worden onderzocht wiens belangen rechtstreeks bij een dergelijk besluit zijn betrokken. In de hiervoor genoemde uitspraken heeft de Afdeling verder overwogen dat een persoon slechts belanghebbende bij een verkeersbesluit is indien hij of zij een bijzonder, individueel belang heeft bij dat besluit, welk belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers.
12. Eiseres heeft toegelicht dat hoewel zij in [plaats 1] is gevestigd, veel werkzaamheden in Amsterdam verricht, waaronder ook binnen de ring [locatie 1] . Op de zitting is met deze toelichting door het college niet meer betwist dat eiseres als belanghebbende kan worden aangemerkt. De rechtbank volgt dat.
Heeft eiseres procesbelang?
13. Het college betwist wel dat eiseres procesbelang heeft. Het college redeneert dat eiseres met het beroep tegen het verkeersbesluit milieuzone niet kan bereiken wat zij wil, namelijk dat de nul-emissiezone dezelfde geografische reikwijdte krijgt als de milieuzone.
14. De rechtbank volgt het college niet en wijst daarvoor naar het toetsingskader van verkeersbesluiten. Het college komt bij het nemen van het verkeersbesluit beoordelingsruimte toe bij de uitleg van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw 1994 genoemde begrippen. Afhankelijk van de beroepsgronden gaat de bestuursrechter in op de vraag of de manier waarop het college van die beoordelingsruimte gebruik heeft gemaakt in overeenstemming is met het recht. Daarbij moet de bestuursrechter nagaan of het college redelijkerwijs de beoordelingsruimte op die manier heeft kunnen invullen. Nadat het college heeft vastgesteld welke verkeersbelangen naar zijn oordeel bij het besluit moeten worden betrokken, moet hij die belangen tegen elkaar afwegen. Bij die afweging heeft het bestuursorgaan beleidsruimte. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen (artikel 3:4, tweede lid, van de Awb). Daarbij geldt dat het bestuursorgaan niet de absolute noodzaak van een verkeersbesluit hoeft aan te tonen. Voldoende is dat met het verkeersbesluit de eraan ten grondslag gelegde belangen, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw 1994, worden gediend en dat inzichtelijk is gemaakt op welke wijze deze belangen zijn afgewogen tegen de belangen van tegen het verkeersbesluit opkomende burgers.
15. Het college heeft toegelicht dat de reden dat de grenzen van de milieuzone en de nul-emissiezone niet samenvallen is gelegen in de conflicterende verkeersborden, waar de rechtbank hierna dieper op in zal gaan. Eiseres stelt dat het verkeersbesluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Deze beroepsgrond ziet op de belangenafweging van het college bij het nemen van het verkeersbesluit. Eiseres heeft aangevoerd dat het verkeersbesluit een onevenredig negatieve invloed heeft op haar omzet en op haar concurrentiepositie. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank het procesbelang gegeven.
16. Met het verkeersbesluit milieuzone heeft het college besloten om
per 1 januari 2025 de milieuzone voor dieselpersonen- en bedrijfsauto's aan te scherpen naar emissieklasse 5 of hoger. Tevens strekt het verkeersbesluit milieuzone tot intrekking van het besluit van 17 juni 2020, voor zover dit besluit betrekking heeft op personen- en bedrijfsauto's en tot intrekking van het besluit van 18 december 2020, voor zover dit besluit betrekking heeft op vrachtauto's in het gebied van de nul-emissiezone, zoals ingesteld bij het verkeersbesluit tot instelling van de nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto's Amsterdam 2025.
17. Het verkeersbesluit milieuzone is voorbereid volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) zoals beschreven in afdeling 3.4 van de Awb. Van
11 september tot en met 23 oktober 2023 heeft het ontwerpverkeersbesluit ter inzage gelegen met de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. In totaal zijn er 130 zienswijzen ingediend.
18. Het college heeft toegelicht dat hij ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerpverkeersbesluit ook uitging van een gelijke omvang van de nul-emissiezone en de milieuzone. Het college is met het Actieplan Schone Lucht en de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit, zoals eiseres ook aangeeft, steeds uitgegaan van een nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto's binnen de Ring [locatie 1] met ingang van
1 januari 2025. Het college signaleerde dat de bordencombinatie van een milieuzone en nul-emissiezone van dezelfde omvang voor bestelauto's tot onduidelijkheid en verwarring zou leiden, omdat het voor deze voertuigen niet duidelijk is welk regime van toepassing is. Volgens het ene regime mag deze categorie bedrijfsauto's doorrijden, maar volgens het andere regime niet. Als deze borden naast elkaar worden geplaatst kunnen zij leiden tot onduidelijke - en daarmee ook gevaarlijke - situaties op de weg. Om dit op te lossen is een wijziging van het RVV 1990 nodig, waarin de toe te passen borden worden geregeld. Het college heeft hierop geanticipeerd, maar de aanpassing van het RVV 1990 is op
20 december 2023 – na afloop van de zienswijzetermijn – controversieel verklaard door de Tweede Kamer. Dit heeft ertoe geleid dat de verkeerborden, die door de RVV zijn voorgeschreven, niet meer konden worden aangepast. Daar komt volgens het college nog bij dat, naast de situatie dat de borden tot gevaarlijke verkeerssituaties konden leiden, het ook mogelijk was dat wegens de onduidelijke situatie boetes geen stand zouden houden als daar beroep tegen zou worden aangetekend, zodat de nul-emissiezone in het geheel niet handhaafbaar zou worden. Het college heeft daarom prioriteit gegeven aan het voorkomen van onduidelijkheid door de omvang van de nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto's in het verkeersbesluit te beperken tot het gebied binnen de [locatie 2] .
19. Ter toelichting is hieronder een afbeelding opgenomen van de verkeerborden milieuzone (afbeelding 1) en een afbeelding van de verkeersborden nul-emissiezone (afbeelding 2).
Verkeersborden milieuzone: (afbeelding 1)
Verkeerboden nul-emissiezone: (afbeelding 2)
20. De rechtbank stelt vast dat het belang van de verkeersveiligheid en handhaafbaarheid van de nul-emissiezone enerzijds, tegenover het belang van het vaststellen van de nul-emissiezone binnen de ring [locatie 1] anderzijds, door het college moet worden afgewogen. De rechtbank is van oordeel dat het college deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het noodzakelijk was om voor de milieuzone en de nul-emissiezone verschillende geografische reikwijdten vast te stellen om de verkeersveiligheid en handhaafbaarheid van de nul-emissiezone te garanderen. Het betoog van eiseres dat het juridisch toelaatbaar is om de borden naast elkaar te plaatsen leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep van eiseres op het evenredigheidsbeginsel leidt evenmin tot een ander oordeel gelet op de belangen die aan het verkeersbesluit ten grondslag liggen.
21. Volgens eiseres is het verkeersbesluit in strijd met het vertrouwensbeginsel
omdat het college jarenlang heeft toegezegd dat er een nul-emissiezone voor bedrijfs- en
vrachtauto's zou worden ingesteld in het hele gebied binnen de ring [locatie 1] . Eiseres wijst daarbij op het Actieplan Schone Lucht en de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit, maar in dit verband ook op het samenwerkingsplatform [bedrijf] , nieuwsbrieven en informatieve bijeenkomsten die hebben plaatsgevonden. Het college geeft toe dat er sprake is van duidelijk gecommuniceerde beleidsvoornemens en dat eiseres daaraan verwachtingen heeft ontleend. Echter, het college heeft ervoor gekozen om andere belangen, zoals de verkeersveiligheid en handhaafbaarheid van de nul-emissiezonde, zwaarder te laten wegen.
22. Uit vaste rechtspraakvolgt dat wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel, aannemelijk moet maken dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja, hoe.
23. Niet in geschil is dat het college het voornemen had om een nul-emissiezone voor vracht- en bedrijfsauto's binnen de ring [locatie 1] in te voeren en dat het college dit voornemen sinds 2019 heeft aangekondigd in verschillende beleidsdocumenten, op participatieavonden, en ook via [bedrijf] . Goed bestuur vraagt ook om zo vroeg en zoveel mogelijk duidelijkheid te bieden aan ondernemers en bewoners van de stad. Dit neemt niet weg dat een dergelijk aangekondigd beleidsvoornemen alsnog juridisch uitgevoerd moet worden in de vorm van een verkeersbesluit op basis van de op dat moment geldende kaders. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat, totdat er een definitief verkeersbesluit is genomen, het steeds gaat om een beleidsvoornemen. De uiteindelijke belangenafweging kan dan nog altijd tot een andere uitkomst leiden. De verwachtingen die eiseres aan deze uitlatingen heeft ontleend zijn daarom geen rechtens te honoreren verwachtingen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt daarom niet.
24. Eiseres stelt dat de besluitvorming in haar specifieke geval tot een onevenredige uitkomst leidt. Eiseres heeft door de verwachting dat met ingang van 1 januari 2025 een emissievrije zone wou worden ingevoerd, geïnvesteerd in het elektrificeren van een gedeelte van haar wagenpark. Door de besluitvorming staan haar elektrische wagens aan de kant, of moeten tegen de goedkopere dieseltarieven rijden. Daardoor is er sprake van omzetverlies. Het college had dit belang van eiseres bij de besluitvorming moeten betrekken in de vorm van nadeelcompensatie.
25. Anders dan eiseres stelt, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het college op grond van het evenredigheidsbeginsel was gehouden om de door eiseres gestelde schade als gevolg van het verkeersbesluit in de besluitvorming te betrekken. Het besluit is genomen om de verkeersveiligheid en handhaafbaarheid van de nul-emissiezone te borgen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de schade als gevolg van het verkeersbesluit zodanig ernstig is, dat deze zonder compensatie aan het nemen van het verkeersbesluit in de weg staat. Niet is gesteld dat eiseres zodanig door het verkeersbesluit wordt geraakt dat voor haar faillissement dreigt of de bedrijfsvoering anderszins in gevaar komt. Een afzonderlijke nadeelcompensatieprocedure is de geëigende manier om de schadekwestie te behandelen. In die procedure kan worden beoordeeld of eiseres recht heeft op nadeelcompensatie.