Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.[gedaagde 1] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.De procedure
- de akte uitlating na tussenvonnis met productie van Nortra c.s. van 1 maart 2023, met productie 83,
- de akte uitlating partijen van Simetra c.s. van 1 maart 2023,
2.Het tussenvonnis van 18 januari 2023
“Enerzijds wenst zij dat bij de prijsbepaling van de aandelen in Simetra rekening wordt gehouden met de voor haar nadelige gevolgen daarvan, anderzijds stelt zij zich op het standpunt dat alle daarmee samenhangende besluiten nietig zijn, dan wel vernietigd moeten worden. Als dat laatste standpunt wordt gevolgd is een complicatie daarvan dat [gedaagde 1] wel voor de nieuw uitgegeven aandelen heeft betaald en dus kapitaal in Simetra heeft ingebracht. Aangenomen moet worden dat dat kapitaal niet zonder gevaar voor de bedrijfsvoering van Simetra aan Simetra kan worden onttrokken. Meer voor de hand zou daarom liggen om, wanneer zou blijken dat de aandelenemissies onrechtmatig jegens Nortra zijn geweest, hiermee via de billijke verhoging rekening te houden”.De rechtbank heeft dan ook nog geen beslissing genomen over de vorderingen tot vernietiging.
3.Ontwikkelingen na het tussenvonnis
op ontoereikende, dan wel onjuiste methodes (…), terwijl Nortra daarbij niet werd betrokken. Opnieuw ontbrak een (liquiditeits)prognose. In verschillende opzichten hebben Simetra en [gedaagde 1] daarbij niet gehandeld overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid. Anderzijds stond de noodzaak van aanvullende financiering wel degelijk vast, is Nortra in de gelegenheid gesteld gebruik te maken van haar voorkeursrecht, terwijl niet is gebleken dat de verwatering die optrad als gevolg van de emissies Nortra ook in financiële zin heeft benadeeld. Indien alle bevindingen in samenhang worden bezien, kan naar het oordeel van de Ondernemingskamer niet worden geoordeeld dat bij Simetra is gehandeld of nagelaten in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. De hoge drempel van wanbeleid wordt hier niet gehaald. Wel getuigt het beleid en de gang van zaken van Simetra ten aanzien van de emissies van onjuist beleid. De Ondernemingskamer verwijst daartoe in het bijzonder naar hetgeen is overwogen onder 5.6-5.6.2, alsmede, in mindere mate, naar overweging 5.5. De Ondernemingskamer acht [gedaagde 1] ervoor verantwoordelijk dat Simetra in aanmerkelijke mate heeft gehandeld in strijd met de op haar rustende zorgvuldigheidsplicht. Dit alles heeft plaatsgevonden terwijl partijen zich in een conflictueuze situatie bevonden, aan het ontstaan en het verdere verloop waarvan ook Nortra en Chernega hun steentje hebben bijgedragen (zie onder 5.7).”
4.De eiswijzigingen van Nortra c.s.
5.De verdere beoordeling
“Aangenomen moet worden dat dat kapitaal niet zonder gevaar voor de bedrijfsvoering van Simetra aan Simetra kan worden onttrokken.”
“Meer voor de hand zou daarom liggen om, wanneer zou blijken dat de aandelenemissies onrechtmatig jegens Nortra zijn geweest, hiermee via de billijke verhoging rekening te houden”. De rechtbank heeft dus nog geen onherroepelijk oordeel gegeven over de (on)mogelijkheid van het ongedaan maken van de reeds ingetreden rechtsgevolgen. Simetra c.s. heeft bovendien zelf onderkend dat het kapitaal ook zou kunnen worden omgezet in een aandeelhouderslening. Daarnaast heeft Nortra erop gewezen dat er tussentijds geen dividenden zijn uitgekeerd en dat er eventueel alsnog een emissie kan plaatsvinden voor de conversie van het, na vernietiging, onverschuldigd betaalde bedrag, mits die nieuwe emissie wél zorgvuldig wordt voorbereid. Bij die stand van zaken bestaat dan ook geen aanleiding te oordelen dat de reeds ingetreden gevolgen van de emissiebesluiten bezwaarlijk ongedaan kunnen worden gemaakt. Het beroep op artikel 3:53 lid 2 BW slaagt dus niet.
nietonrechtmatig heeft gehandeld. Deze vordering wordt afgewezen. De Ondernemingskamer heeft in de tweede fasebeschikking, in het kader van de beoordeling of sprake was van wanbeleid dan wel onjuist beleid, kennelijk van belang geacht welke rol Nortra en Chernega in de conflictueuze situatie tussen partijen hebben gespeeld. De bedoelde overwegingen van de Ondernemingskamer zijn goed te volgen en moeten in die context worden gelezen. Als Nortra van mening is dat de Ondernemingskamer daarmee buiten de omvang van het geding is getreden of haar handelen onjuist heeft beoordeeld, had zij een rechtsmiddel tegen de beschikking van de Ondernemingskamer moeten aanwenden. Dat heeft zij niet gedaan. Zij probeert nu de kwalificaties die de Ondernemingskamer aan haar handelen heeft gegeven onderwerp te maken van deze procedure, die op een andere voet is ingestoken. Daargelaten dat deze procedure daar niet voor is bedoeld, geldt dat het debat over deze gedragingen van Nortra en Chernega in deze procedure zo beperkt geweest, dat Nortra haar vordering – tegenover de betwisting daarvan door Simetra c.s. en de overwegingen van de Ondernemingskamer – op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd.