ECLI:NL:RBAMS:2024:7244

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 oktober 2024
Publicatiedatum
27 november 2024
Zaaknummer
13/251359-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 300 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLW
Verwijzingen
15 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verweer artikel 12 OLW

De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 oktober 2024 het verzoek tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Suwałki Regional Court in Polen. De verdachte werd gezocht voor de uitvoering van een vrijheidsstraf van twee jaar en zes maanden wegens onder meer verkrachting en mishandeling.

De verdediging voerde aan dat de verdachte niet aanwezig was geweest bij alle zittingen die tot het vonnis hebben geleid, en dat de oproepingen naar een oud adres waren gestuurd, waardoor de verdachte niet adequaat was geïnformeerd. Dit werd aangevoerd als grond voor weigering van overlevering op basis van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW). De rechtbank verwierp dit verweer omdat het EAB vermeldde dat de verdachte wel degelijk bij het proces aanwezig was geweest.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de vereisten van de OLW, dat het strafbare feit verkrachting op de lijst van bijlage 1 OLW stond en dat de dubbele strafbaarheid voor het andere feit was aangetoond. Hoewel er structurele zorgen zijn over de Poolse rechtsorde, was er geen concreet bewijs dat dit de behandeling van deze zaak had beïnvloed. De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks het verweer op grond van artikel 12 OLW.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/251359-24
Datum uitspraak: 17 oktober 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 7 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 mei 2024 door
the Suwałki Regional Court [Sąd Okręgowy w Suwałkach], Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1998,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [Penitentiaire Inrichting] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
final and legally binding judgement of 25 January 2024 issued by Suwałki District Court(II K 800/23).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon niet aanwezig is geweest bij de procedure die tot het vonnis heeft geleid. Hij is volgens zijn eigen verklaring maar op twee van de vier zittingsdagen aanwezig geweest. De reden dat hij niet aanwezig is geweest op die twee zittingsdagen die mede geleid hebben tot zijn onherroepelijke veroordeling, is gelegen in het feit dat de oproepingen voor die zittingen zijn verzonden naar een oud gezamenlijk adres van de opgeëiste persoon en het slachtoffer, waar hij niet langer stond ingeschreven of woonachtig was. Zijn vriendin heeft hem niet geïnformeerd over die twee zittingsdagen. Op de twee zittingsdagen waar hij niet bij aanwezig was, zijn getuigen gehoord. In een uitspraak van deze rechtbank van 29 oktober 2020 [4] heeft de rechtbank geoordeeld dat ook op dit soort zittingen de zaak ten gronde is behandeld. Nu de opgeëiste persoon daarbij niet aanwezig was en ook geen advocaat had, moet de overlevering in lijn met voornoemde uitspraak worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW Pro dan wel moet er nadere informatie worden opgevraagd.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW Pro niet aan de orde is, omdat de opgeëiste persoon volgens het EAB aanwezig was bij het proces dat tot het vonnis heeft geleid. Subsidiair moet van toepassing van de weigeringsgrond worden afgezien.
De rechtbank overweegt dat het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. Er is een kruisje gezet in het EAB onder D (1) en daarbij is opgemerkt dat “the person did make an appearance before Suwalki District Court (…)”. De enkele niet onderbouwde stelling van de opgeëiste persoon dat hij maar op twee zittingen van vier zittingen aanwezig is geweest, is onvoldoende om niet uit te gaan van de juistheid van de informatie in het EAB. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is niet aan de orde.

4.Strafbaarheid

4.1
Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit 2 aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 27, te weten:
verkrachting.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
4.2
Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft feit 1 niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
mishandeling, meermalen gepleegd;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

5.Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [5]
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. [6]

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 285 en 300 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Suwałki Regional Court [Sąd Okręgowy w Suwałkach], Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. M.C. Danel en B.M. Vroom-Cramer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 oktober 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
5.Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4.
6.Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (