Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Circuit Court in Katowice, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Beslissingen in de tussenuitspraak van 24 april 2024
4.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden (heropening)
remand regime. In uitspraken van 5 juni 2024 [3] heeft de rechtbank geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het
remand regimein Polen terechtkomen. Het kernpunt hierbij is dat slechts 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal 23 uren op zijn cel doorbrengt. Verder is de onduidelijkheid over de termijn waarop de opgeëiste persoon contact met de buitenwereld kan bewerkstelligen, een bijkomende verzwarende omstandigheid.
remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden.
remand regimein Polen.
remand regimeis voor de opgeëiste persoon in die zaak niet weggenomen door de in die zaak verstrekte informatie.
In today telephone conversation, the director of the Detention Facility in the city of Mysłowice (custody appropriate for prisoners at disposal of the District Court in Katowice) assured me, that Mr [opgeëiste persoon] would be put in a cell with an area of the least 4 square metres. I will exchange relevant correspondence with him next week.”
remand regimein Polen terechtkomen, is de rechtbank er vanuit gegaan dat slechts 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) is gegarandeerd. Uit de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie lijkt te volgen dat voor de opgeëiste persoon 4 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) is gegarandeerd in de detentie-instelling in Myslowice. Een dergelijke garantie is van belang voor de beoordeling van het gevaar voor de opgeëiste persoon op schending van grondrechten in detentie in Polen. De in dit verband verstrekte garantie betreft vooralsnog echter de weergave van een telefoongesprek tussen de directeur van deze detentie-instelling en de uitvaardigende justitiële autoriteit. Om zeker te kunnen zijn van de verstrekte garantie verzoekt de rechtbank de officier van justitie nog de volgende vraag aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen:
5.Beslissing
vóór 11 januari 2025) op zitting moet worden aangebracht.