Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De zaak en de beslissing in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 9 augustus 2023, met producties,
- de incidentele conclusie van onbevoegdheid, met producties,
- de conclusie van antwoord in het incident, met producties.
3.Het geschil
in de hoofdzaak
4.De beoordeling in het incident
Toetsingskader arbitragebeding
op basis van de contractbevestigingen(zie hierna ook 4.13.5), terwijl CSM niet heeft geprotesteerd tegen de arbitrage-clausule. Indien CSM niet had willen instemmen met de arbitrageclausule, dan had zij deze uitdrukkelijk van de hand moeten wijzen. Dat heeft zij niet gedaan. CSM heeft daarentegen Frame Agreements opgesteld en afroeporders aan Dipasa verstrekt. In de Frame Agreements en de afroeporders is weliswaar verwezen naar de algemene voorwaarden van CSM (met in die algemene voorwaarden onder meer een forumkeuze voor de rechter in Amsterdam), maar een enkele verwijzing naar algemene voorwaarden is niet aan te merken als een (voldoende uitdrukkelijke) afwijzing van de arbitrageclausule. Om die reden komt in dit verband ook geen betekenis toe aan de omstandigheid dat Dipasa de Frame Agreements voor akkoord heeft ondertekend. De Frame Agreements bevatten immers geen (voldoende uitdrukkelijke) afwijzing van de arbitrageclausule.
op basis van de contractbevestigingenvan Dipasa blijkt uit de volgende omstandigheden:
- CSM heeft niet op een steekhoudende wijze de gemotiveerde onderbouwing van Dipasa betwist dat de in de contractbevestigingen opgenomen hoeveelheden hebben gefungeerd als een hoeveelheid waarvan CSM verplicht was die daadwerkelijk af te nemen en dat CSM die hoeveelheden uiteindelijk ook heeft afgenomen (en betaald) tegen de prijs volgens de bijbehorende contractbevestiging. Het standpunt van Dipasa vindt ook steun in de door haar overgelegde productie 14. Uit de handelwijze van partijen blijkt dus dat met de afroeporders van CSM alleen werd bepaald
- Ten slotte vond in de chronologie van de gebeurtenissen de verzending van de contractbevestigingen eerder plaats dan de ondertekening van de Frame Agreements. Het versturen van de Frame Agreements aan Dipasa gebeurde soms zelfs pas een aantal weken nadat de contractbevestigingen door Dipasa waren verzonden, zoals bijvoorbeeld de Frame Agreement (die op 1 augustus 2019 aan Dipasa werd gestuurd) die is te relateren aan de contractbevestigingen van 12 juni 2019. Verder blijkt dat de Frame Agreements werden opgesteld door de holdingmaatschappij (CSM Bakery Solutions Europe Holding B.V.), dat de Frame Agreements werden aangemaakt in het eigen interne systeem van de holding en dat die Frame Agreements nodig waren voor het interne systeem voordat CSM afroeporders kon versturen. De Frame Agreements stuurde CSM niet altijd meteen aan Dipasa nadat zij deze in haar interne systeem had aangemaakt. Dat duurde soms enige tijd. In sommige gevallen verstuurde CSM zelfs al afroeporders aan Dipasa voordat zij de betreffende Frame Agreement van Dipasa ondertekend retour had ontvangen (zie bijvoorbeeld de door CSM als productie 8d overgelegde Frame Agreement en de orders die daar volgens CSM bij horen). Van één van de vijf Frame Agreements, te weten de Frame Agreement met nummer [nummer] , die betrekking heeft op dertien afroeporders (van de in totaal 32 afroeporders), is bovendien niet komen vast te staan dat CSM die aan Dipasa heeft verzonden. De betreffende Frame Agreement is ook niet ondertekend door Dipasa. Voor dertien afroeporders is dus in zoverre geen Frame Agreement aan te wijzen.
travaux préparatoiresand the wording of article II (2) support the approach that the signature requirement does not apply to an exchange of documents. The drafters of the New York Convention sought to adopt a flexible “in-writing” requirement in order to reflect business reality. For this reason, a distinction was drawn between “an arbitral clause [...] or an arbitration agreement, signed by the parties” “or” “contained in an exchange of letters or telegrams””
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).