Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Prosecutor General’s Office of the Republic of Latvia, Letland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Letland voor de overlevering van een opgeëiste persoon zonder vaste verblijfplaats in Nederland. Na eerdere zittingen en een tussenuitspraak waarin het reële gevaar van onmenselijke behandeling in Letse detentie werd vastgesteld, werd de beslissing aangehouden om te monitoren of de omstandigheden zouden verbeteren.
Aanvullende informatie van Letse autoriteiten gaf aan dat er beschermingsmaatregelen mogelijk zijn, zoals verplaatsing binnen gevangenissen en versterkte supervisie. Echter, een plan tegen het kastenstelsel ontbreekt en continue individuele bewaking is niet gegarandeerd. De raadsman en officier van justitie stelden dat deze informatie te algemeen is om het eerder vastgestelde gevaar weg te nemen.
De rechtbank oordeelde dat de aanvullende informatie onvoldoende concreet is om het reële gevaar te ontkennen. De redelijke termijn voor het verstrekken van relevante informatie was verstreken, waarna de rechtbank besloot geen gevolg te geven aan het EAB op grond van artikel 11, eerste lid, Overleveringswet. Tevens werd het bevel tot gevangenhouding opgeheven. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank geeft geen gevolg aan het Europees aanhoudingsbevel vanwege het reële gevaar op onmenselijke behandeling in Letse detentie.