Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Prosecutor General’s Office of the Republic of Latvia(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Letland tot overlevering van een opgeëiste persoon. Na eerdere tussenuitspraken op 19 maart en 25 april 2024, waarin een reëel gevaar werd vastgesteld dat de grondrechten van de opgeëiste persoon in Letse detentie zouden worden geschonden, werd het onderzoek heropend om aanvullende informatie te verkrijgen.
De Letse autoriteiten verstreken gedetailleerde informatie over mogelijke beschermingsmaatregelen in de gevangenissen, waaronder isolatie van bedreigingen, toezicht en plaatsing in specifieke cellen. Ook werden maatregelen ter bestrijding van het informele kastenstelsel en de psychologische bewaking besproken. Desondanks bleken deze maatregelen te algemeen en onvoldoende concreet om het eerder vastgestelde reële gevaar uit te sluiten.
De raadsman en officier van justitie waren het eens dat de nieuwe informatie onvoldoende was om het gevaar weg te nemen. De rechtbank concludeerde dat de aanvullende informatie niet tot wijziging van het oordeel leidde en dat het verzoek tot aanhouding van de behandeling werd afgewezen. Uiteindelijk gaf de rechtbank geen gevolg aan het EAB en hief het bevel tot gevangenhouding op, conform artikel 11, eerste lid, Overleveringswet.
De uitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open. Hiermee wordt het belang van bescherming van fundamentele rechten bij overleveringsprocedures benadrukt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het Europees aanhoudingsbevel af wegens reëel gevaar van schending van grondrechten in Letse detentie.