Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer vordering tul: 13/022970-22
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ). Volgens verdachte heeft hij het wapen pas getrokken op het moment dat hij van achteren door iemand werd vastgepakt. Op dat moment voelde verdachte zich naar eigen zeggen dusdanig in het nauw gedreven, dat hij besloot om richting de grond te schieten om mensen op afstand te houden. Daarnaast heeft verdachte tijdens de zitting verklaard dat hij niet wist dat het wapen geladen was. Doordat verdachte hardhandig werd vastgepakt, werd zijn lichaam naar eigen zeggen naar boven getrokken en is het vuurwapen niet richting de grond afgegaan, maar richting omstanders. Verdachte heeft ontkend dat hij tijdens het schieten expres op [slachtoffer 1] of anderen heeft gericht. Hierdoor is volgens verdachte geen sprake van poging moord of doodslag.
, maar wel dat hij daarop voorwaardelijk opzet heeft gehad.
5.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregel
9.Beslag
bijlage IIIin beslag genomen.
10.De vordering benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
11.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren.
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.