De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam legde aan eiser vijf naheffingsaanslagen parkeerbelasting op voor het parkeren zonder betaling op fiscale parkeerplaatsen in Amsterdam in januari 2023. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslagen, waarbij hij stelde dat het kenteken gekoppeld was aan een gehandicaptenparkeerkaart van zijn opa, die echter verlopen was. Daarnaast voerde eiser aan dat het opleggen van meerdere naheffingsaanslagen in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank stelde vast dat eiser het risico draagt voor het niet tijdig verlengen van de gehandicaptenparkeerkaart en dat de parkeerbelasting niet was voldaan. De rechtbank benadrukte dat de naheffingsaanslagen gebonden beschikkingen zijn en dat de heffingsambtenaar geen beoordelingsvrijheid heeft bij het opleggen ervan. De rechtbank oordeelde dat het evenredigheidsbeginsel niet van toepassing is op het aantal naheffingsaanslagen zolang het wettelijke kader wordt gevolgd.
De heffingsambtenaar had de eerste vijf naheffingsaanslagen gehandhaafd en de overige vernietigd volgens een vaste gedragslijn, wat consistent werd toegepast. De rechtbank vond dat bij vijf naheffingsaanslagen geen sprake is van een zodanig hoog bedrag dat het evenredigheidsbeginsel in de weg staat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.