ECLI:NL:RBAMS:2024:2307
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering na herbeoordeling door UWV
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin haar mate van arbeidsongeschiktheid per 8 maart 2021 en 29 november 2022 werd vastgesteld op respectievelijk 59,88% en 58,77%. Zij stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat, mede vanwege psychische klachten en medicatiegebruik. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden verricht, inclusief het betrekken van medische dossiers en verklaringen, en dat het ontbreken van een uitgebreid lichamelijk onderzoek niet onzorgvuldig was.
Daarnaast vond de rechtbank dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist was vastgesteld en dat de arbeidsdeskundige de geschiktheid van de geselecteerde functies voldoende had gemotiveerd. Eiseres had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld. Ook de urenbeperking en beperkingen ten aanzien van vervoer werden door de rechtbank onderschreven zoals vastgesteld door het UWV.
Eiseres verzocht om een onafhankelijke deskundige, maar de rechtbank zag hiervoor geen aanleiding gezien de consistentie en logica van de rapporten van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het UWV had terecht de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld zoals in het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het UWV is ongegrond verklaard.