Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 november 2021 met producties,
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie met producties,
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties,
- het tussenvonnis van 18 mei 2022, waarbij een mondelinge behandeling is gelast,
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 20 september 2022 en de daarin genoemde processtukken.
2.De feiten
€ 125.234,69 bij DGN Retail, haar franchisegever (hierna: DGN).
€ 125.000,00 gedaan bij Rabobank. Rabobank heeft na contact [naam vennootschap] onder bijzonder beheer geplaatst en geen aanvullend krediet verstrekt aan [naam vennootschap] .
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
Know Your Customer-beginsel niet heeft geschonden. Dit geldt ook met betrekking tot het voorstel van de Renteswap. Rabobank heeft de Renteswap aangeboden aan [naam vennootschap] naar aanleiding van de Kredietovereenkomst 2008, waarbij Rabobank voorafgaand daaraan met [naam vennootschap] heeft gesproken over haar doelstellingen en de achtergrondinformatie van die kredietfaciliteit: het willen uitbreiden van haar bedrijf (zie onder 2.4).
forward starting” swap was en daardoor speculatief. Dat is onjuist. Bij een “
forward starting” derivaat zit er ruime tijd tussen het moment van afsluiten en het moment van ingaan, en is de onderliggende financiering doorgaans nog niet rond. Als dat het geval is, moet een bank haar klant zeker waarschuwen voor de risico’s daarvan, in het bijzonder dat de financiering niet rondkomt, er anders uit gaat zien of later ingaat dan verwacht. Maar in het geval van [naam vennootschap] is de swap één dag na het afsluiten ervan ingegaan en was de onderliggende financiering op dat moment ook al verstrekt. Rabobank hoefde dus nergens voor te waarschuwen.
€ 125.000,00 bij DGN (zie onder 2.13). In oktober 2013 heeft DGN de franchiseovereenkomst met [naam vennootschap] opgezegd, waarna zij heeft aangekondigd te zullen overgaan tot opeising van haar vorderingen op [naam vennootschap] (zie onder 2.15). Die omstandigheden maken daarom niet dat van Rabobank hoefde te worden verwacht de kredieten te laten voortduren, zodat niet kan worden vastgesteld dat Rabobank de belangen van [naam vennootschap] onvoldoende heeft meegewogen bij de opzegging. De opzegging van de financiering door Rabobank is dan ook niet onrechtmatig of onzorgvuldig geweest.
5.De beslissing
5 april 2023voor uitlating bij akte door Rabobank, zoals overwogen onder rechtsoverweging 4.49,