Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 december 2023 in de zaak tussen
de minister van Infrastructuur en Waterstaat (de minister), verweerder
de besloten vennootschap Fastned B.V. (Fastned)te Amsterdam, vergunninghouder
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Toepassing van artikel 6:19 van Pro de Awb
Juridisch kader
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.
voortschrijdend inzicht tot de vaststelling leidt dat een doelmatige inrichting van de schaarse grond op een verzorgingsplaats zich niet verdraagt met de aanwezigheid van een tweede exploitant. Daarbij is eveneens overwogen dat een verkeersveilige inrichting van de verzorgingsplaats die recht doet aan de doorstroming van het verkeer niet is gediend met meer dan één basisvoorziening van een elektrisch laadpunt.”Volgens Shell behelst artikel 3, eerste lid, van de Wbr een eng en absoluut geformuleerde vergunningsgrondslag, namelijk dat het doelmatig en veilig gebruik op een verzorgingsplaats altijd verzekerd moet zijn, ongeacht de datum waarop Wbr-aanvragen zijn ingediend. Onderscheid naar aanvraagdatum, zoals besloten in de overgangsregeling, is niet toegestaan en in strijd met artikel 3, eerste lid, van de Wbr. De minister heeft niet gemotiveerd waarom een eerder aangevraagde tweede basisvoorziening doelmatig en veilig is. Ook heeft de minister zonder kenbare belangenafweging het individuele belang van Fastned zwaarder laten wegen dan het algemeen belang van doelmatigheid en veiligheid. Volgens Shell had de minister de overgangsregeling dan ook buiten toepassing moeten laten.