ECLI:NL:RBZWB:2022:7502
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vergunning voor oplaadstation op verzorgingsplaats Bisde
Eiseres, exploitant van een tankstation met aanvullende voorzieningen op verzorgingsplaats Bisde, stelde beroep in tegen de vergunning die aan een derde partij was verleend voor het aanleggen en exploiteren van een oplaadstation met acht opstelplaatsen. De vergunning was verleend door de minister van Infrastructuur en Waterstaat op basis van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr).
De rechtbank oordeelde dat eiseres als belanghebbende moest worden aangemerkt ondanks het ontbreken van concrete plannen voor eigen laadvoorzieningen, mede gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. De kern van het geschil betrof de toepassing van het overgangsrecht in de Kennisgeving van 2017, dat bepaalt dat per verzorgingsplaats slechts één basisvoorziening voor elektrisch laden wordt toegestaan, met uitzondering van lopende aanvragen.
De rechtbank stelde vast dat de aanvraag van de derde partij uit 2011 een lopende aanvraag is en dat het overgangsrecht derhalve van toepassing is. De stelling van eiseres dat het overgangsrecht niet toegepast mocht worden wegens strijd met de Wbr en het veiligheidsbelang werd niet onderbouwd. De minister had bovendien een verkeerskundige memo overlegd waaruit bleek dat het oplaadstation geen veiligheidsrisico vormt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vergunning voor het oplaadstation op verzorgingsplaats Bisde wordt ongegrond verklaard.