Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Apple Inc.,
1.De procedure
- de akte uitlating prejudiciële vragen, tevens verzoek tot openstellen tussentijds hoger beroep ex artikel 337 lid 2 Rv Pro zijdens RCJ,
- de akte uitlating prejudiciële vragen Hof van Justitie EU zijdens ASC,
- de akte uitlating aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te stellen prejudiciële vragen zijdens Apple c.s.
2.De zaak in het kort
3.De collectieve actie in Nederland
storefront. De personen voor wie de stichtingen opkomen, zijn (uiteindelijk) te individualiseren en ontvangen individueel een eventueel uit te keren schadevergoeding.
4.De feiten voor zover van belang voor de prejudiciële vragen
storefrontdat op basis van de instellingen van de gebruiker wordt gebruikt en
country specificis. Wanneer een Nederlandse gebruiker met een Apple ID die het land/regio als Nederland specificeert, de App Store opent, gaat hij of zij standaard naar de Nederlandse
storefront(hierna: App Store met NL storefront). Een gebruiker kan in theorie deze
storefronthandmatig veranderen naar een buitenlandse versie, maar daartoe moeten meerdere stappen worden gezet, waaronder het opzeggen van abonnementen op apps.
nativeapps) of door derden. Op de Apple-apparaten wordt standaard een aantal
nativeapps geïnstalleerd. Waar hierna over apps wordt gesproken, worden uitsluitend de door derden ontwikkelde apps bedoeld. Die derden worden ontwikkelaars genoemd. Zij sluiten een overeenkomst (Developer Program Licence Agreement of DPLA) met Apple Inc. Voor deze ontwikkelaars biedt de App Store de (enige) mogelijkheid om hun apps aan te bieden aan gebruikers van Apple-apparaten. De ontwikkelaar van een app is een jaarlijkse fee van USD 99,00 verschuldigd voor deelname aan Apple’s Developer Program. Daarmee verkrijgt de ontwikkelaar licenties op de iOS software en toepassingen daarvan. Een ontwikkelaar kan een door haar ontwikkelde app aan Apple aanbieden voor distributie. Die app moet voldoen aan de documentatie- en programmavereisten van Apple. Apple beslist of een app in de App Store wordt opgenomen. Is dat het geval, dan wordt dat een gelicentieerde en door Apple digitaal ondertekende app. Als de ontwikkelaar een vergoeding in rekening brengt voor de app of voor een digitaal in-app product, dan moet de ontwikkelaar voldoen aan distributievoorwaarden (“Schema 1” bij de DPLA). Bijvoorbeeld moet de ontwikkelaar het IAP (laten) gebruiken en daartoe een afzonderlijke overeenkomst aangaan met Apple (“Schema 2” bij de DPLA).
5.Het geschil voor zover van belang voor de prejudiciële vragen
6.De beoordeling in het tussenvonnis
artikel 102 VWEU Prohet Handlungsort kan worden gelokaliseerd, is het arrest flyLAL-Lithuanian Airlines [10] (hierna: flyLAL) van belang. In dat arrest (punt 52-53) heeft het HvJEU overwogen dat de schadeveroorzakende gebeurtenis in het geval van misbruik van machtspositie berust op de tenuitvoerlegging van dat misbruik, dat wil zeggen op de handelingen die de onderneming met een machtspositie verricht om dat misbruik in de praktijk te brengen. In het arrest flyLAL ging het daarbij met name om het aanbieden en hanteren van afbraakprijzen op de betrokken markt. Indien het gaat om afzonderlijke gebeurtenissen die deel uitmaken van een gemeenschappelijke strategie en die gebeurtenissen tezamen bijdragen tot het intreden van de gestelde schade, moet worden vastgesteld welke gebeurtenis van bijzonder belang is voor de uitvoering van een dergelijke strategie.
welkerechter in Nederland bevoegd is. Hierop ziet
vraag 1 (Handlungsort).
artikel 101 VWEU Prodient ter bepaling van het Handlungsort van dat verwijt een concrete gebeurtenis te worden aangeduid waarbij ofwel de mededingingsregeling definitief tot stand is gekomen ofwel een regeling is getroffen die voor zich alleen de schadebrengende gebeurtenis is voor de beweerdelijk toegebrachte schade. [12] RCJ heeft geen feiten gesteld om een dergelijke concrete gebeurtenis te kunnen vaststellen. Daarmee kan de Nederlandse rechter niet op deze grondslag rechtsmacht vaststellen voor vorderingen ten behoeve van gebruikers op grond van een gestelde schending van artikel 101 VWEU Pro.
in Nederlandgeleden. Voor die groep gebruikers bevindt het Erfolgsort zich dus in Nederland.
welkerechter in Nederland bevoegd is. In het Volvo e.a. arrest heeft het HvJEU geoordeeld dat de rechter van de plaats van aankoop van een zaak bevoegd is om kennis te nemen van de vordering tot schadevergoeding. In het geval van aankopen op verschillende plaatsen is bevoegd de rechter van de plaats van de zetel van de benadeelde. [18]
vraag 2 (Erfolgsort).
7.Prejudiciële vragen
in Nederland. [26] Dat betekent dat de Nederlandse rechter internationale rechtsmacht heeft.
8.De beslissing
PbEU2020, L 409).
PbEU2020, L 409), moet wel zijn voldaan aan de vereisten van lid 2, onderdelen c en d, aanhef en onder 7° en 8°.
PbEU2020, L 409) en die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben, is de laatste zin van het vijfde lid niet van toepassing. Voor deze personen heeft de procedure over de collectieve vordering alleen gevolg en leidt deze tot gebondenheid, indien zij naast de schriftelijke mededeling, bedoeld in het vijfde lid, door een schriftelijke mededeling aan de griffie ook hebben laten weten dat hun belangen niet worden behartigd in een collectieve vordering of individuele vordering, gebaseerd op soortgelijke feitelijke en rechtsvragen voor dezelfde gebeurtenis of gebeurtenissen en tegen dezelfde verweerder in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.