ECLI:NL:RBAMS:2023:6910

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 november 2023
Publicatiedatum
1 november 2023
Zaaknummer
13/148776-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederlandse verdachte aan Duitsland op grond van Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 oktober 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteit wegens georganiseerde of gewapende diefstal. De verdachte, een Nederlandse staatsburger, werd vertegenwoordigd door zijn raadsman en verscheen ter zitting. De rechtbank verlengde de uitspraaktermijn met 30 dagen en stelde vast dat de identiteit van de verdachte correct was.

De rechtbank beoordeelde de genoegzaamheid van het EAB en concludeerde dat de feitomschrijving voldoet aan de wettelijke eisen, ondanks het verweer van de raadsman dat het EAB onvoldoende informatie bevatte over de bewijsmiddelen. Het strafbare feit valt onder een lijstfeit waarvoor geen dubbele strafbaarheidstoetsing vereist is.

De verdachte ontkende schuld, maar dit verweer werd niet direct aangetoond tijdens de zitting en leidde niet tot weigering van overlevering. De rechtbank nam kennis van de garantie van Duitsland dat de verdachte, indien veroordeeld, zijn straf in Nederland mag ondergaan. Gezien het ontbreken van weigeringsgronden en de verstrekte garantie, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Amsterdam op 1 november 2023, waarbij geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen deze beslissing.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan Duitsland toe onder de voorwaarde van een terugkeergarantie voor strafuitvoering in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/148776-23
Datum uitspraak: 1 november 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 24 augustus 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 30 juni 2023 door het
Amtsgericht Köln, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
nu uit andere hoofde gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 oktober 2023, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.T.H.M. Mühren, advocaat te Purmerend.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het
Amtsgericht Kerpen(Duitsland) van 23 mei 2023, dossiernummer 40 Gs 174/34.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]
3.1.
Genoegzaamheid
De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen.
Anders dan de raadsman heeft bepleit, vereist artikel 2, tweede lid, OLW niet dat het EAB de bewijsmiddelen vermeldt die de uitvaardigende lidstaat aan de verdenking tegen de opgeëiste persoon ten grondslag heeft gelegd. Op basis van de omschrijving van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, moet het voor de rechtbank duidelijk zijn waarvoor de overlevering van de opgeëiste persoon wordt verzocht. De feitenomschrijving in het EAB is dan ook niet bedoeld om de opgeëiste persoon informatie te verschaffen over de inhoud van het strafdossier om hem in de gelegenheid te stellen op voorhand zijn onschuld aan te tonen in de zin van artikel 26 OLW Pro. [4]
De rechtbank is van oordeel dat de huidige omschrijving van de feiten in het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2, tweede lid, aanhef en onder e, OLW en verwerpt daarmee het verweer van de raadsman.

4.Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Onschuldverweer

De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan het feit. Hij heeft dit, anders dan de OLW vereist, niet tijdens het verhoor ter zitting aanstonds aangetoond.
De onschuldbewering leidt alleen om die reden al niet tot weigering van de overlevering. [5]

6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
Daartoe is op 11 september 2023 is in opdracht van
der Leitende Oberstaatsanwalt in Köln(Duitsland) de volgende garantie verstrekt:
“Uitlevering van de Nederlandse staatsburger [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] , Nederland, van Nederland naar Duitsland voor strafvervolging (…)
Er wordt toegezegd dat de vervolgde persoon in geval van een onherroepelijke veroordeling in de Bondsrepubliek Duitsland op grond van de geldende versie van het Kaderbesluit 2008/909/JI van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie (PB L 327 van 5 december 2008, p. 27) voor de verdere tenuitvoerlegging van zijn straf naar Nederland wordt teruggezonden.”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Köln(Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. J. Thomas en P. Sloot, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 november 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rechtbank Amsterdam, 11 januari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:112.
5.Rechtbank Amsterdam, 19 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4340.