Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde verkrachting met geweld en bedreiging met geweld. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
ofde verklaring van
ofdeze in voldoende mate steun vindt in ander
4.Bewezenverklaring
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.De vordering van [aangeefster]
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
36 (zesendertig) maanden.
groot 12 (twaalf) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
3 (drie) jarenvast.
3 (drie) jarenop geen enkele wijze – direct of indirect – contact opnemen, zoeken of hebben met [aangeefster] (geboortedatum: [geboortedatum]).
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
benadeelde partij [aangeefster] gedeeltelijk toetot een bedrag van
€ 81,00 (eenentachtig euro)aan vergoeding van materiële schade en
€ 10.000,00 (tienduizend euro)aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 28 april 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening.
vergoeding aan materiële schade af.
vergoeding aan immateriële schade niet-ontvankelijkin haar vordering is.
€ 10.081,00(
tienduizend eenentachtig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 28 april 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
85 (vijfentachtig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.