ECLI:NL:RBAMS:2023:6436
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bewonersparkeervergunning wegens nulplafond en stallingsplaats in Amsterdam
Eiser betwist de intrekking van zijn bewonersparkeervergunning per 1 november 2022 door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De vergunning werd ingetrokken omdat in het betreffende vergunningengebied nul vergunningen per adres worden verleend, en eiser kan beschikken over een stallingsplaats, wat intrekking rechtvaardigt volgens de Parkeerverordening Amsterdam 2013.
Eiser stelt dat hij een herhuisvester is vanwege renovatie van zijn vorige woning en dat hij daardoor recht zou hebben op behoud van de vergunning. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende informatie beschikbaar is om te bepalen of eiser als herhuisvester kwalificeert, maar acht nader onderzoek niet nodig omdat de stallingsplaatsgrond voor intrekking voldoende is.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat er geen concrete toezegging was dat de vergunning stilzwijgend zou worden verlengd. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eiser niet heeft aangetoond dat sprake is van gelijke gevallen die anders worden behandeld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bewonersparkeervergunning wordt ongegrond verklaard.