ECLI:NL:RVS:2016:962
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bewonersvergunning wegens beschikking over stallingsplaats
Appellant had een bewonersvergunning voor haar woning in Amsterdam, die in 2014 werd ingetrokken omdat zij beschikte over een stallingsplaats in de gemeente. Het college verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking ongegrond, en de rechtbank bevestigde dit in 2015. Appellant stelde in hoger beroep dat zij niet te allen tijde over de parkeerplaats kon beschikken en dat de afstand tot de parkeergarages te groot was, maar de Raad van State oordeelde dat de Parkeerverordening 2013 een ruime interpretatie van 'stallingsplaats' vereist en dat de parkeerplaatsen van de stichting binnen de buurt van de woning liggen.
Verder stelde appellant dat het besluit in strijd was met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dat de intrekking tot een bijzondere hardheid zou leiden. De Raad van State verwierp deze bezwaren omdat appellant geen nieuwe argumenten had aangevoerd en de vermeende bijzondere hardheid gebaseerd was op een toekomstige onzekere gebeurtenis. De intrekking van de vergunning werd dan ook bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bewonersvergunning wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.