ECLI:NL:RVS:2015:3929
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bewonersvergunning wegens beschikbaarheid stallingsplaats
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft op 3 februari 2014 de bewonersvergunning van appellant ingetrokken omdat hij niet langer voldeed aan de voorwaarden van de Parkeerverordening 2013. Appellant stelde dat hij onterecht werd belemmerd in zijn verweer en dat de mogelijkheid tot het huren van een stallingsplaats niet bestond zoals het college stelde.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat appellant via zijn koopovereenkomst de mogelijkheid had om een stallingsplaats te huren in een nabijgelegen parkeergarage van Ymere.
De toevoeging in de koopovereenkomst waarin appellant het recht op een gemeentelijke parkeervergunning wilde behouden, deed hieraan niet af. Ook was er geen sprake van belemmering van het college in het verzamelen van bewijs of ongelijke behandeling ten opzichte van anderen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunning bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bewonersvergunning wordt bevestigd omdat appellant een stallingsplaats kon huren.