Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court in Słupsk, II Criminal Department(Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Verwerping ontvankelijkheidsverweer
Is het waarschijnlijk dat de grond tot verplichte weigering van de tenuitvoerlegging die de uitvoerende rechterlijke autoriteit heeft toegepast, ook door andere lidstaten wordt toegepast? Dit is in het bijzonder relevant voor het beginsel ne bis in idem (artikel 3, lid 2, van het kaderbesluit betreffende het EAB);
Is het nog evenredig het EAB te handhaven (zie punt 2.4 van dit handboek)?;
Is het EAB de enige maatregel die doeltreffend kan zijn (zie punt 2.5 van dit handboek)?.
Nederlandserechter. De rechtbank ziet geen aanleiding die lijn naar analogie toe te passen als sprake is van een eerdere weigering door een rechter in een andere lidstaat.
4.Grondslag en inhoud van het EAB
- een vonnis van
- een arrest van
- een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf van
Ardic(ECLI:EU:C:2017:1026), valt een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf niet onder de reikwijdte van artikel 4 bis Pro, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro indien die beslissing geen wijziging in de aard of de maat van de oorspronkelijk aan de opgeëiste persoon opgelegde straf heeft gebracht.
LU & PH(ECLI:EU:C:2023:235) van belang. In rechtsoverweging 68 wordt overwogen:
5.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[Opgeëiste persoon]aan
the District Court in Słupsk, II Criminal Department(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.