ECLI:NL:RBAMS:2022:8319
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Vriethoff
- T.L. Fernig - Rocour
- D. Sullivan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen watervergunning na gewijzigde toekenning
Eiser had aanvankelijk een watervergunning aangevraagd voor het saneren van grond en ophogen van het maaiveld, welke door verweerder werd geweigerd. Na bezwaar en beroep werd de weigering bevestigd. Later verleende verweerder alsnog een watervergunning op een gewijzigde aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat verweerder conform de gewijzigde aanvraag heeft beslist en dat eiser daardoor geen procesbelang meer heeft bij het beroep. Eiser stelde wel schade te lijden, maar dit werd niet aannemelijk geacht omdat hij heeft gekregen wat hij heeft aangevraagd.
Eiser voerde aan dat de bodemdaling op zijn perceel groter was dan door verweerder aangenomen, maar de rechtbank stelt dat dit in de oorspronkelijke procedure ingebracht had moeten worden. Verweerder past de geldende Keur 2019 toe, en heeft zelfs een gunstige overgangsregeling toegepast door de gewijzigde aanvraag aan de Keur 2017 te toetsen.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 21 juli 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder op de gewijzigde aanvraag een watervergunning heeft verleend.