ECLI:NL:RVS:2021:2134
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- H.J.M. Baldinger
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering watervergunning voor ophoging maaiveld en sanering perceel boezemland
Het dagelijks bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht weigerde op 23 mei 2018 een watervergunning aan appellant voor het saneren van grond en ophogen van het maaiveld op een perceel boezemland. Appellant wilde vier woningen bouwen met insteekhavens, waarvoor hij een waterwetvergunning voor vijf activiteiten had aangevraagd. De weigering was gebaseerd op onvoldoende compensatie van het verlies aan waterberging door de ophoging van 21,21 cm, terwijl zonder compensatie slechts 9,22 cm was toegestaan.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde. De Afdeling oordeelde dat het perceel terecht als boezemland is aangemerkt en dat de vergunningplicht op grond van de Keur terecht geldt. De Afdeling verwierp het betoog dat het ophogen onder gewoon onderhoud valt, omdat het dagelijks bestuur een termijn van 20 jaar bodemdaling hanteert als redelijke grens.
De Afdeling overwoog dat de beperking van het eigendomsrecht proportioneel en voorzienbaar is en dat het dagelijks bestuur de weigering van de vergunning in redelijkheid kon baseren op het niet voldoen aan de beleidsregel dat het verlies aan berging volledig moet worden gecompenseerd. De aangevallen uitspraak is bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de watervergunning bevestigd.