Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 mei 2019, met producties,
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie, met producties,
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties,
- de akte nadere toelichting en producties, met producties, van de zijde van CDK c.s.,
- het tussenvonnis van 22 januari 2020, waarin een bijeenkomst van partijen is bepaald,
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 27 september 2021 en de daarin genoemde processtukken,
- de brief van de zijde van [eiseres] van 25 januari 2022 met enige opmerkingen over het proces-verbaal,
- de brief van de zijde van CDK c.s. van 27 januari 2022 met enige opmerkingen over het proces-verbaal.
2.De feiten
monobrandstorete openen, een winkel exclusief voor [naam 1] kleding. Zij hebben daartoe [gedaagde 3] en [gedaagde 4] benaderd en afgesproken dat onder de vlag van een nieuw op te richten vennootschap een samenwerking zou worden aangegaan tussen CDK en [naam retail] , waarbij een
mononbrandstorezou worden geopend in de het pand aan de [adres] waaraan [eiseres] [naam 1] -kleding zou leveren.
Definities
monobrandstorete Amsterdam geopend en de door [eiseres] geleverde [naam 1] -kleding gaan verkopen. De omzet van de winkel kwam binnen op de rekening van Velvet.
- op 31 december 2013 € 9.075,- met omschrijving ‘Doorbelasting kosten [naam 1] ’;
- op 31 maart 2014 € 54.450,- met omschrijving ‘Doorbelasting kosten Magna Plaza 1e kwartaal’;
- op 30 juni 2014 € 54.450,- met omschrijving ‘Doorbelasting kosten MP 2e kw’.
Inzake 50 procent bankgarantie/waar borgsom Corneli’ en op 27 januari 2014 eenzelfde bedrag aan CDK ‘
Inzake 50 procent borgstelling [naam 1] Stor’.
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie
“zonder dat hier afspraken over zijn gemaakt”.
monobrandstorevoor haar kledingleveranties afhankelijk was. Ook heeft zij gemotiveerd weersproken dat de inventaris nog waarde had.
563,00(2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 563,00)