Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2022.
Rechtbank Amsterdam
Eiser heeft een WW-uitkering aangevraagd na beëindiging van zijn samenwerking met werkgever, maar deze aanvraag is afgewezen omdat hij niet als werknemer wordt beschouwd volgens artikel 3 van Pro de WW. De rechtbank bevestigt dat tussen eiser en werkgever geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond, maar een overeenkomst van opdracht, zoals eerder vastgesteld door de kantonrechter en bekrachtigd door het gerechtshof Den Haag.
Eiser betoogt dat er wel een arbeidsovereenkomst was, onder meer vanwege een gezagsverhouding, doorbetaling tijdens vakanties en het gebruik van een auto en laptop van de zaak. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder een zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de eerdere rechterlijke uitspraken gezag van gewijsde hebben. Eiser heeft geen cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof.
Daarom is de conclusie dat eiser geen werknemer was en geen recht heeft op een WW-uitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst en hij geen recht heeft op WW-uitkering.